Campo Afuera
Hace tiempo y buscado por ahí, una chacarera
Allá en los montes, que hay en mis pagos
Campo afuera
Campos de la rudita, monte adentro e' Tulumba la he de encontrar
Linda su bata de percal baila Doña Dominga la chacarera
Y abajito de un tala la vi, por ser montaraza
Unos tizone' de leñita mansa, la aromaban
La aromaban con su olor unos gajos del tala que supo cortar
Mi amigo Don Rivas al caer el invierno pasado para su corral
Y en la tierrita suelta el barrer, de las alpargatas
Allá en los montes, subió la Luna, pa' alumbrarla
Como nube en el aire quedo, el polvaredal
Hojita 'e tala, flecos de Luna, la chacarera
Con su bata de puro percal, va Doña Dominga
Todas las flores que hay en el pago, se la envidian
Se la envidian porque no hay un color más hermoso que el de su percal
Ni moza que sepa regalar el buen aire que tiene su buen zarandear
Y las niñas quisieran bailar, como lo hace ella
La trenza al viento y un manito, en la cadera
Su cadera es un vaivén parecido al del sauce y el mimbre también
Esa es mi abuela, saben decir los changos del monte en cuantito la ven
Si a los setenta la baila así, lo que ha sido en antes
Una corzuela lujosa de ágil, deje nomás
Como nube en el aire quedo, el polvaredal
Hojita 'e tala, flecos de Luna, la chacarera
Buiten op het Veld
Al een tijd ben ik aan het zoeken, een chacarera
Daar in de bossen, die zijn in mijn streek
Buiten op het veld
Velden van de ruige, diep in het bos van Tulumba zal ik het vinden
Mooi haar jurk van percal danst Doña Dominga de chacarera
En onder een tala zag ik haar, omdat ze zo'n rijdier is
Een paar takjes van zacht hout, geurden eromheen
Ze geurden met hun aroma, een paar takken van de tala die mijn vriend Don Rivas
Had gekapt voor zijn schuur, afgelopen winter
En op de losse aarde het vegen, van de espadrilles
Daar in de bossen, steeg de maan op, om haar te verlichten
Als een wolk in de lucht bleef, de stofwolk
Blad van tala, franjes van de maan, de chacarera
Met haar jurk van puur percal, gaat Doña Dominga
Alle bloemen die er in de streek zijn, zijn jaloers op haar
Ze zijn jaloers omdat er geen kleur mooier is dan die van haar percal
Geen meisje dat zo goed de frisse lucht kan geven als haar mooie schommel
En de meisjes zouden willen dansen, zoals zij dat doet
De vlecht in de wind en een handje, op de heup
Haar heup is een wiegen, vergelijkbaar met die van de wilg en de biezen ook
Dat is mijn grootmoeder, zeggen de jongens uit het bos zodra ze haar zien
Als ze op zeventig zo danst, wat was ze dan eerder
Een luxe corzuela, zo behendig, laat maar zitten
Als een wolk in de lucht bleef, de stofwolk
Blad van tala, franjes van de maan, de chacarera