Grootouders Op Reis
Het is koud op het perron
De najaarszon valt tegen
Straks krijgen we nog regen
Man, we verkleumen hier
Laat ons naar binnen gaan
Pas over drie kwartier
Komt onze trein eraan
Die restauratie daar
Heeft koffie klaar
Toe ga dan
Je valt je daar geen buil an
Zet nou je zuinigheid
Een enkele keer opzij
Is niet de crisistijd
Al veertig jaar voorbij
Op tijd zullen we zijn
Nooit is een trein vertrokken
In strijd met alle klokken
Vanmorgen steeg al vroeg
De spanning tot een top
Jij in de onderbroek
En met je hoed al op
Ik hield me toen maar stil
Je liep je bril te zoeken
En alles te vervloeken
Een restauratie waar
Verboden toegang is
Een situatie waar
Het hart zo moe van is
Het is koud op het perron
De najaarszon valt tegen
Straks krijgen we nog regen
Abuelos de Viaje
Está frío en el andén
El sol de otoño no calienta
Pronto lloverá
Hombre, nos estamos congelando aquí
Déjanos entrar
La tren llegará en tres cuartos de hora
Ese restaurante allí
Tiene café listo
Vamos
No te preocupes tanto
Deja de lado tu austeridad
Solo esta vez
No es la época de crisis
Hace cuarenta años que pasó
Llegaremos a tiempo
Nunca un tren ha partido
En contra de todos los relojes
Esta mañana la tensión subió temprano
Tú en calzoncillos
Y con tu sombrero puesto
Yo me quedé callado entonces
Buscabas tus lentes
Y maldecías todo
Un restaurante donde
Está prohibida la entrada
Una situación en la que
El corazón está tan cansado
Está frío en el andén
El sol de otoño no calienta
Pronto lloverá
Escrita por: Harry Bannink / Willem Wilmink