395px

Estafador matrimonial (180 noches)

Adele Bloemendaal

Huwelijkszwendelaar (180 Nachten)

De rechter vroeg: "Getuige, kent u de verdachte?"
Wat had ik anders moeten zeggen dan: "Jawel"
Want daar zat jij, verdomde schoft
Je hebt waarachtig nog geboft
Dat uitgerekend daar ons weerzien is gebeurd
Want echt, ik zweer je, da'k je anders had verscheurd

De rechter vroeg: "Bent u familie van verdachte?"
Wel, dat ontbrak me d'r precies nou nog maar aan
Oh ja, je huisde in mijn flat
Een half jaar had ik je in mijn bed
Ik heb je te vreten en mooi ondergoed gegeven
Alleen familie? Nee, da's me bespaard gebleven

De rechter zei: "De waarheid, en alleen de waarheid"
Ik heb gezworen dat ik die vertellen zou
En God, dat was ik ook van plan
Ik dacht: Nou moet-ie d'r maar an
De bigamist, nou breekt 't hem eens lelijk op
Poelier van middelbare kippen zonder kop

De rechter zei: "U hebt verdachte leren kennen?"
Ik kon niet laten om te zeggen: "Nou en of"
Daar zat je met je dikke nek
Die ik, van God verlaten gek
Zo vaak met liefde en een schaar heb schoongeschoren
Net als de haartjes uit je neus en uit je oren

De rechter vroeg: "Hij heeft u spaargeld afgetroggeld
Ruim dertig mille?" Ik dacht: Verrek, da's ook niet niks
En heet van wraak genoot ik dat je in't verdachtenbankje zat
Je hand streek langs je voorhoofd zonder te bedoelen
Maar 't was ineens of ik hem op mijn huid kon voelen

En op de getuigenbank zaten vier vrouwen, ze keken
En ik keek terug, vroeg me af of die nou op me leken
En stuk voor stuk schatten we hoeveel volzalige nachten
De andere vier in jouw armen, schandalig, doorbrachten

De rechter vroeg: "Hij maakte u veel geld afhandig?"
Ik dacht: Honderdtachtig nachten, da's ook niet niks
Een half jaar heb ik in mijn hoofd
En hart aan laat geluk geloofd
Daar moet ik verder maar op teren in mijn leven
Als ik ze nog had, zou 'k er weer dertig mille voor geven
Waarom niet
En 'k zei hardop: "Die man heeft mij nooit iets misdreven
Wij zijn quitte!"

Estafador matrimonial (180 noches)

El juez preguntó: 'Testigo, ¿conoce usted al acusado?'
¿Qué más podía decir que 'Sí'?
Porque allí estabas tú, maldito sinvergüenza
Realmente tuviste suerte
Que nuestro reencuentro haya ocurrido justo ahí
Porque de verdad, te juro que de otra forma te habría destrozado

El juez preguntó: '¿Es usted familia del acusado?'
Bueno, eso es lo único que me faltaba
Oh sí, vivías en mi apartamento
Durante medio año estuviste en mi cama
Te di comida y ropa interior bonita
¿Solo familia? No, eso me lo ahorré

El juez dijo: 'La verdad, y solo la verdad'
Juré que la diría
Y Dios, eso era lo que planeaba
Pensé: Ahora le toca
El bígamo, ahora le va a salir caro
Carnicero de pollos de mediana edad sin cabeza

El juez dijo: '¿Conoció usted al acusado?'
No pude evitar decir: 'Claro que sí'
Allí estabas con tu cuello gordo
Que, abandonado por Dios
Tantas veces he afeitado con amor y unas tijeras
Así como los pelitos de tu nariz y de tus orejas

El juez preguntó: '¿Le ha estafado sus ahorros?
¿Más de treinta mil?' Pensé: Vaya, eso no es poca cosa
Y ardiente de venganza disfruté de verte en el banquillo de los acusados
Tu mano pasó por tu frente sin querer
Pero de repente sentí que podía sentirlo en mi piel

Y en el banquillo de testigos había cuatro mujeres, me miraban
Y yo las miraba, preguntándome si se parecían a mí
Y una por una calculamos cuántas noches llenas de lujuria
Las otras cuatro pasaron en tus brazos, vergonzosamente

El juez preguntó: '¿Le ha estafado mucho dinero?'
Pensé: Ciento ochenta noches, eso no es poca cosa
Durante medio año creí en la felicidad
En mi mente y en mi corazón
Tendré que seguir adelante con eso en mi vida
Si las tuviera, volvería a dar treinta mil por ellas
¿Por qué no?
Y dije en voz alta: 'Ese hombre nunca me hizo nada malo
¡Estamos a mano!'

Escrita por: Jaap Van De Merwe