Vidas Comunes
Las horas de las vidas más comunes
Su suerte en el guion universal
Historias incendiándose en el aire
Postales que no muestran la ciudad
Alguien ríe, alguien lloró
Alguien canta, alguien amó
Minuto de una vida entre otras vidas
Un hombre viejo mira un funeral
Una muchacha ríe en la placita
Una familia aguanta un temporal
Alguien ríe, alguien lloró
Alguien canta, alguien amó
Bajo el parral, mesa larga y festejos
Años después, alguien vuelve de lejos
Todo el destierro, el exilio el dolor
Derrotados en una canción
Toda la nieve de su corazón
Derrotada una tarde de sol
Vuelta al sol hacia allí, los retazos
Vuelta al sol, se completa en abrazos
Alguien en mitad del mar
Cargo su pan, juntó la red
Rezo y dos besos de alcohol
Le pide al mar volver
Sola entre las luces, mira hacia atrás
Lleva pocas horas en la ciudad
Su niñez, su mamá, el olor del hogar
Su niñez ya no está, muere en la terminal
Nadie los vio, en su secreto
En su rincón, último beso, chau adiós
Lluvia de sal
Ya no son dos, contra el destiempo
Negro licor del desencuentro, chau adiós
Mares de sal
El pool de un bar
Dos buenos tipos salvan su amistad
El pool de un bar
Abrazo inmenso y otra vuelta más
Al piso dos de un hospital
Vuelve a subir, sale a fumar
Ríe al llorar, llora al reír
Corre a contar
Tiene mi niño tanta luz
Parte los clavos de mi cruz
Una mujer en el pretil
Plomo el cielo gris
Piensa en morir, vuelve a elegir
Otra vez vivir
Cada vida, cada historia
Farolitos en la oscuridad
Desafiando, la avalancha
Despiadada, de nuestra brutal velocidad
Todos los reyes del mundo, todos los mendigos
Cargan los mismos demonios, el mismo dolor
Cuatro payasos borrachos, llorando en la fiesta
Lágrima azul de una orquesta de gente común
Troupe de simples mortales, tras una esperanza
Aves de paso pintadas en un pizarrón
Todos llegamos al mundo en la luz de una panza
Y nos iremos un día en un simple cajón
Mi canción, de arlequín
Un vulgar berretín
Esta breve eternidad, ya llegó a su fin
Y mi vida que se va, pide más piolín
Mi canción, (de clavos y tablón)
De arlequín, (de grapa y de jazmín)
Un vulgar (es solo un berretín) berretín
Esta breve eternidad, ya llegó a su fin
Y mi vida que se va, pide más piolín
Adiós... Carnaval
Gewone Levens
De uren van de meest gewone levens
Hun lot in het universele script
Verhalen die in de lucht vlam vatten
Ansichtkaarten die de stad niet tonen
Iemand lacht, iemand huilt
Iemand zingt, iemand heeft lief
Een minuut van een leven tussen andere levens
Een oude man kijkt naar een begrafenis
Een meisje lacht op het pleintje
Een gezin houdt stand tegen de storm
Iemand lacht, iemand huilt
Iemand zingt, iemand heeft lief
Onder de druivenranken, lange tafel en feesten
Jaren later, komt iemand van ver terug
Heel de ballingschap, de exodus, de pijn
Verslagen in een lied
Al de sneeuw van zijn hart
Verslagen op een zonnige middag
Terug naar de zon daar, de restjes
Terug naar de zon, compleet in omhelzingen
Iemand midden op zee
Draagt zijn brood, verzamelt het net
Een gebed en twee alcoholische kussen
Vraagt de zee om terug te keren
Alleen tussen de lichten, kijkt achterom
Heeft nog maar een paar uur in de stad
Haar kindertijd, haar moeder, de geur van thuis
Haar kindertijd is er niet meer, sterft op het station
Niemand zag hen, in hun geheim
In hun hoek, laatste kus, dag dag
Zoutregen
Ze zijn niet meer met z'n tweeën, tegen de tijd
Zwarte drank van de miscommunicatie, dag dag
Zeeën van zout
De pool van een bar
Twee goede kerels redden hun vriendschap
De pool van een bar
Enorme omhelzing en nog een keer
Naar de tweede verdieping van een ziekenhuis
Gaat weer omhoog, gaat roken
Lacht terwijl ze huilt, huilt terwijl ze lacht
Rent om het te vertellen
Mijn kind heeft zoveel licht
Breekt de spijkers van mijn kruis
Een vrouw op de rand
Loodgrijze lucht
Denkt aan sterven, kiest opnieuw
Weer leven
Elk leven, elk verhaal
Lantaarns in de duisternis
Uitdagend, de lawine
Meedogenloos, van onze brute snelheid
Alle koningen van de wereld, alle bedelaars
Dragen dezelfde demonen, dezelfde pijn
Vier dronken clowns, huilend op het feest
Blauwe traan van een orkest van gewone mensen
Troupe van simpele stervelingen, achter een hoop
Trekvogels geschilderd op een bord
We komen allemaal ter wereld in het licht van een buik
En we zullen op een dag gaan in een simpele kist
Mijn lied, van de harlekijn
Een vulgaire onzin
Deze korte eeuwigheid, is al ten einde
En mijn leven dat voorbijgaat, vraagt om meer touw
Mijn lied, (van spijkers en planken)
Van de harlekijn, (van nietjes en jasmijn)
Een vulgaire (is gewoon onzin) onzin
Deze korte eeuwigheid, is al ten einde
En mijn leven dat voorbijgaat, vraagt om meer touw
Vaarwel... Carnaval