De Verloren Liefde
Ik deed mijn best
en zij was ongeïnteresseerd.
Ik de diepe stilte
en zij het woord,
Ik pad en weg
en zij de afstand.
Ik gaf mijn ogen
en zij de blik.
Ik wilde in mijn handen
het water vasthouden
en op het zand
bouwde ik mijn huis.
Ik bleef zonder handen,
ik bleef zonder huis;
ik was een donkere wortel
en zij stam en tak.
Om de liefde te laten
optellen,
bracht zij het lichaam,
ik het lichaam en de ziel.
Zij was helemaal wind,
ik helemaal berg.
Ik pure hars,
en zij pure vlam.
Op een donkere nacht
verliet ze mijn huis.
Mijn ogen werden blind
om haar niet te zien.
Om haar niet te volgen
sluit ik de ramen.
Ik sloot de deuren
om haar niet te roepen.
Ik legde zwarte rozen
op ons bed.
Op haar herinnering
legde ik witte rozen.
En bij het vage licht
van de ochtend,
nam ik mijn leven
om haar niet te doden.
Ik gaf alles,
leven, lichaam en ziel,
en zij, God weet het,
heeft nooit iets gegeven.
Escrita por: José F. Dicenta