Habra Que Creer
De niño pensaba que el cielo
bajito esperaba por mí
y fue despidiéndose siempre más lejos
que un día pensé en desistir.
Después el ratón de los dientes
y magia cada Navidad,
aquel Santa Claus que bajaba sonriente
pero nadie le pudo mirar.
Habrá que creer, habrá que creer
en Cristo, en la paz o en Fidel.
Habrá que creer, habrá que creer
en algo o en alguien tal vez.
Un beso me puso en la boca
y dijo soy tuya lo ves
después en la prepa pasó por la tropa
pero fue mi primera mujer.
El patio, la gran ceremonia,
la patria la luz tricolor,
después la traición de quien roba, deshonra
y nos vende el derecho y la voz.
Er Zal Geloofd Moeten Worden
Als kind dacht ik dat de hemel
stilletjes op me wachtte
en het nam steeds verder afscheid
waardoor ik op een dag dacht te stoppen.
Daarna de tandjesfee
en magie elke kerst,
die vrolijke kerstman die kwam
maar niemand kon hem zien.
Er zal geloofd moeten worden, er zal geloofd moeten worden
in Christus, in de vrede of in Fidel.
Er zal geloofd moeten worden, er zal geloofd moeten worden
in iets of in iemand misschien.
Een kus gaf hij me op de mond
en zei: ik ben van jou, zie je.
Daarna in de middelbare school kwam hij langs met de groep
maar zij was mijn eerste vrouw.
De binnenplaats, de grote ceremonie,
het vaderland, het driekleurige licht,
vervolgens de verrader die steelt, schande brengt
en ons het recht en de stem verkoopt.