395px

De ruyterkade

Alex Roeka

De ruyterkade

En nu wordt het stil
Met die boten op de stroom
Als flarden van een droom uit vervlogen jaren.
Nergens een stem
Op dit van godverlaten uur,
Alleen nog vlekken op de muur, de vergooide woorden.

En toch gaat straks
Het licht weer gloeien in de nacht,
Van wat het moet zijn en dat het weer zal.
En je loopt weer door
Met die vuile honger in het oude spoor,
Terug naar het feest, terug naar de val.

Achter het veem
Is het rood nu uit het blauw,
Verkleurd in grijs en grauw, de verloren liefde.
En daar in de hoek
Drijft het afval van de tijd,
De droesem die overblijft van je verdoolde leven.

En toch gaat straks
Het licht weer gloeien in de nacht
Van wat het moet zijn en dat het weer zal.
En je loopt weer door
Met die vuile honger in het oude spoor,
Terug naar het feest, terug naar de val.

De ruyterkade

Y ahora todo se vuelve silencio
Con esos barcos en la corriente
Como fragmentos de un sueño de años pasados.
Ninguna voz en ningún lugar
En esta hora desolada,
Solo manchas en la pared, las palabras desperdiciadas.

Y sin embargo, pronto
La luz brillará de nuevo en la noche,
De lo que debería ser y que volverá a ser.
Y caminarás de nuevo
Con ese sucio hambre en el antiguo camino,
De vuelta a la fiesta, de vuelta a la caída.

Detrás del almacén
El rojo ahora se desvanece del azul,
Convertido en gris y sombrío, el amor perdido.
Y allí en la esquina
Flota la basura del tiempo,
El poso que queda de tu vida extraviada.

Y sin embargo, pronto
La luz brillará de nuevo en la noche
De lo que debería ser y que volverá a ser.
Y caminarás de nuevo
Con ese sucio hambre en el antiguo camino,
De vuelta a la fiesta, de vuelta a la caída.

Escrita por: