395px

No dejemos que perezcamos

Alex Roeka

Laat ons niet vergaan

Waar wij woonden zijn de zomers heet, de winters bar en boos.
De schrale grond geeft weinig af, dat maakt je harteloos.
En nog altijd ruik je daar het gas,
Voel je dat de wegen niet van stof zijn, maar van as.

Op een dag kwamen ze ons vertellen dat je weg kon uit de hel.
We moesten hen ons geld maar geven, dan regelden zij het wel.
Niets meer te verliezen dan de dood,
Zo zijn we vertrokken met de zon, het morgenrood.

Als je kijkt zie dan hoe we gaan, tegen die koude wanden staan hier,
De vrouwen met een traan in elk oog.
Jij daar hoog, als je luistert hoor ons lied,
Het is zo oud dat weet je niet,
Zo oud als het verdriet om wat verdween, het lied van iedereen
Zonder land, zonder naam. Laat ons niet vergaan.

Het schip waarop we voeren was rijp voor de sloop.
Als het nog ergens van bleef drijven was het van onze hoop.
We wisten niet meer waar we waren, hoe lang nog en waarheen.
Thuis zouden we nooit meer komen, dat voelde iedereen.

Als je kijkt zie dan hoe we gaan, tegen die koude wanden staan hier,
De vrouwen met een traan in elk oog.
Jij daar hoog, als je luistert hoor ons lied,
Het is zo oud, dat weet je niet,
Zo oud als het verdriet om wat verdween, het lied van iedereen
Zonder land, zonder naam. Laat ons niet vergaan.

Ze hebben ons op de rotsen laten lopen in de nacht,
Zijn in de duisternis verdwenen, zo hadden ze het bedacht.
Dit hier moet het land zijn dat ze ons hebben beloofd.
We kunnen nergens anders heen, van alles nu beroofd.

Als je kijkt zie dan hoe het gaat,
Hoe het te vol wordt in de straat
En op de weg, die haat in elk oog.
Jij daar hoog, zie je niet wat er gebeurd,
Hoe de wereld wordt verscheurd,
Door de hordes wordt besmeurd, verkracht,
Hoe er wordt geslacht met jouw woorden, in jouw naam.
Laat ons niet vergaan.

No dejemos que perezcamos

Donde vivíamos, los veranos son calurosos, los inviernos crueles y despiadados.
La tierra escasa apenas da frutos, eso te vuelve desalmado.
Y aún puedes oler el gas allí,
Sientes que los caminos no son de polvo, sino de cenizas.

Un día vinieron a decirnos que podíamos escapar del infierno.
Solo teníamos que darles nuestro dinero, y ellos lo arreglarían.
Nada más que perder excepto la muerte,
Así que partimos con el sol, el amanecer.

Si miras, verás cómo avanzamos, contra esas frías paredes estamos aquí,
Las mujeres con una lágrima en cada ojo.
Tú allá arriba, si escuchas, escucha nuestra canción,
Es tan antigua que no lo sabes,
Tan antigua como la tristeza por lo que desapareció, la canción de todos
Sin tierra, sin nombre. No dejemos que perezcamos.

El barco en el que navegábamos estaba listo para desguazarse.
Si algo quedaba flotando, era nuestra esperanza.
Ya no sabíamos dónde estábamos, cuánto tiempo más ni hacia dónde.
Nunca volveríamos a casa, eso lo sentía todo el mundo.

Si miras, verás cómo avanzamos, contra esas frías paredes estamos aquí,
Las mujeres con una lágrima en cada ojo.
Tú allá arriba, si escuchas, escucha nuestra canción,
Es tan antigua, que no lo sabes,
Tan antigua como la tristeza por lo que desapareció, la canción de todos
Sin tierra, sin nombre. No dejemos que perezcamos.

Nos hicieron caminar por las rocas en la noche,
Desaparecieron en la oscuridad, así lo habían planeado.
Esto debe ser la tierra que nos prometieron.
No podemos ir a ningún otro lugar, despojados de todo ahora.

Si miras, verás cómo va,
Cómo se llena demasiado la calle
Y en el camino, ese odio en cada ojo.
Tú allá arriba, ¿no ves lo que está sucediendo,
Cómo el mundo se desgarra,
Por las multitudes se ensucia, se viola,
Cómo se sacrifica con tus palabras, en tu nombre.
No dejemos que perezcamos.

Escrita por: