Milonga del solitario
Me gusta de vez en cuando
Perderme en un bordoneo
Porque bordoneando veo
Que ni yo mismo me mando
Las cuerdas van ordenando
El rumbo del pensamiento
Y en el trotecito lento
De una milonga campera
Va saliendo campo afuera
Lo mejor del sentimiento
Ninguno debe pensar
Que vengo en son de revancha
No es mi culpa si en la cancha
Tengo con qué galopear
El que me quiera ganar
Ha de traer buen parejero
Yo me quitaré el sombrero
Porque ansí me han enseña’o
Y me doy por bien paga’o
Dentrando atrás del primero
Siempre en voz baja
Porque gritando no me hallo
–Grito al montar a caballo
Si en la caña me he bandea’o–
Pero tratando un versea’o
A’nde se cuenten quebrantos
Apenas mi voz levanto
Para cantar despacito
El que se larga a los gritos
No escucha su propio canto
Si la muerte traicionera
Me acogota a su palenque
Háganme con dos rebenques
La cruz pa’ mi cabecera
Si muero en mi madriguera
Mirando los horizontes
No quiero cruces ni aprontes
Ni encargos para el Eterno
Tal vez pasado el invierno
Me dé sus flores el monte
Toda la noche he canta'o
Con el alma estremecida
El canto es la abierta herida
De un sentimiento sagra'o
A naides tengo a mi la'o
Porque no buscó piedad
Disprecio la caridad
Por la vergüenza que encierra
Soy como el león de las sierras
Vivo y muero en soledad
Milonga van de eenzame
Ik hou er af en toe van
Me te verliezen in een bordoneo
Want bordoneerend zie ik
Dat ik mezelf niet eens kan sturen
De snaren ordenen
De koers van mijn gedachten
En in het langzame galopje
Van een plattelandsmilonga
Gaat het het veld uit
Het beste van het gevoel
Niemand moet denken
Dat ik kom voor wraak
Het is niet mijn schuld als ik op het veld
Kan galopperen
Wie me wil verslaan
Moet met een goede partner komen
Ik zal mijn hoed afnemen
Want zo hebben ze me geleerd
En ik beschouw het als goed betaald
Achter de eerste aan
Altijd op een zachte toon
Want schreeuwen vind ik niet fijn
–Ik schreeuw als ik op een paard zit
Als ik in de teugels ben gezakt–
Maar als ik een vers probeer
Waar de tegenslagen worden verteld
Verhoog ik nauwelijks mijn stem
Om zachtjes te zingen
Wie zich in het geschreeuw stort
Hoort zijn eigen gezang niet
Als de verraderlijke dood
Me naar zijn arena trekt
Maak me met twee zwepen
Het kruis voor mijn hoofdeinde
Als ik sterf in mijn hol
Kijkend naar de horizon
Wil ik geen kruisen of haast
Of opdrachten voor de Eeuwige
Misschien na de winter
Geeft de berg me zijn bloemen
De hele nacht heb ik gezongen
Met een beven in mijn ziel
Het zingen is de open wond
Van een heilig gevoel
Ik heb niemand aan mijn zijde
Omdat ik geen genade zocht
Ik veracht de liefdadigheid
Vanwege de schaamte die het met zich meebrengt
Ik ben als de leeuw van de bergen
Ik leef en sterf in eenzaamheid