Fado Menor
Os meus olhos são dois círios
dando luz triste ao meu rosto
marcado pelos martírios
da saudade e do desgosto
Quando oiço bater trindades
e a tarde já vai no fim
eu peços às tuas saudades
um padre nosso por mim
Mas não sabes fazer preces
não tens saudade nem pranto
por que é que tu me aborreces
por que é que eu te quero tanto
És para meu desespero
como as nuvens que andam altas
todos os dias te espero
todos os dias me faltas
Fado Menor
Mijn ogen zijn twee kaarsen
met een treurig licht op mijn gezicht
getekend door de martelingen
van de heimwee en het verdriet
Wanneer ik de klokken hoor slaan
en de middag al ten einde loopt
vraag ik om jouw herinneringen
een Onze Vader voor mij
Maar je kunt geen gebeden doen
je hebt geen heimwee of tranen
waarom maak je me zo kwaad
waarom wil ik jou zo graag
Je bent voor mijn wanhoop
zoals de wolken hoog aan de lucht
ik wacht elke dag op je
elke dag mis je me.