395px

Ik Geef Te Drinken Aan de Pijn

Amália Rodrigues

Vou Dar de Beber À Dor

Foi no Domingo passado que passei
À casa onde vivia a Mariquinhas
Mas 'stá tudo tão mudado
Que não vi em nenhum lado
As tais janelas que tinham tabuinhas

Do rés-do-chão ao telhado
Não vi nada, nada, nada
Que pudesse recordar-me a Mariquinhas
E há um vidro pregado e azulado
Onde havia as tabuinhas

Entrei e onde era a sala agora está
À secretária um sujeito que é lingrinhas
Mas não vi colchas com barra
Nem viola, nem guitarra
Nem espreitadelas furtivas das vizinhas

O tempo cravou a garra
Na alma daquela casa
Onde as vezes petiscavamos sardinhas
Quando em noites de guitarra e de farra
Estava alegre a Mariquinhas

As janelas tão garridas que ficavam
Com cortinados de chita às pintinhas
Perderam de todo a graça
Porque é hoje uma vidraça
Com cercadura de lata às voltinhas

E lá p'ra dentro quem passa
Hoje é p'ra ir aos penhores
Entregar ao usurário umas coisinhas
Pois chega a esta desgraça toda a graça
Da casa da Mariquinhas

P'ra terem feito da casa o que fizeram
Melhor fora que a mandassem p'rás alminhas
Pois ser casa de penhores
O que foi viveiro d'amores
É ideia que não cabe cá nas minhas

Recordaçoes do calor
E das saudades. O gosto
Que eu vou procurar esquecer
Numas ginginhas
Pois dar de beber à dor é o melhor
Já dizia a Mariquinhas

Ik Geef Te Drinken Aan de Pijn

Het was afgelopen zondag dat ik langsging
Bij het huis waar Mariquinhas woonde
Maar alles is zo veranderd
Dat ik nergens kon vinden
Die ramen met de houten latten

Van de begane grond tot het dak
Zag ik niets, niets, niets
Wat me aan Mariquinhas kon herinneren
En er is een ruit die blauw en gebroken is
Waar ooit die latten waren

Ik ging naar binnen en waar de woonkamer was, zit nu
Achter een bureau een man die mager is
Maar ik zag geen dekens met randen
Geen luit, geen gitaar
Geen stiekeme blikken van de buren

De tijd heeft zijn klauwen
In de ziel van dat huis gekrast
Waar we soms sardines aten
Wanneer op nachten van gitaar en feest
Mariquinhas vrolijk was

Die vrolijke ramen die er waren
Met gordijnen van stippenstof
Hebben al hun charme verloren
Want het is nu een ruit
Met een rand van blik die draait

En daarbinnen, wie er passeert
Gaat nu naar de pandjes
Om wat spulletjes aan de woekeraar te geven
Want deze ellende heeft al de charme
Van het huis van Mariquinhas

Om van het huis te maken wat ze hebben gedaan
Was het beter geweest als ze het naar de zielen hadden gestuurd
Want een pandjeshuis zijn
Wat ooit een broedplaats van liefde was
Is een idee dat niet in mijn hoofd past

Herinneringen aan de warmte
En het gemis. De smaak
Die ik ga proberen te vergeten
Met wat likeur
Want de pijn te drinken is het beste
Dat zei Mariquinhas al.

Escrita por: Alberto Janes