395px

Het Raam van Mijn Hart

Amália Rodrigues

A Janela do Meu Peito

Lá vai brincando, pela mão de uma quimera
Essa garota que fui eu, sempre a sorrir
Como se a vida fosse eterna primavera
E não houvesse dores no mundo p’ra sentir

As gargalhadas vêm poisar na janela
E ao ouvi-las tenho mais pena de mim
Ai quem me dera rir ainda como ela
Mas quando rio, eu já não sei rir assim

Tenho a janela do peito
Aberta para o passado
Todo feito de fadistas e de fado
Espreita a alma na janela
Vai o passado a passar
E ao ver-se nela, a alma fica a chorar
Neste desfile que passa
Fica a saudade sózinha
Até a graça, perdeu a graça que tinha
Desilusões as que tive
Enchem a rua… Lá estão
E a gente vive dos tempos que já lá vão

Lá vem gingando nesse seu passo miúdo
Melena preta, calça justa afiambrada
Como mudamos, tu que foste para mim tudo
Hoje a meus olhos pouco mais és do que nada

Tuas chalaças de graçola e ironia
Eram da rua, andavam de boca em boca
Eu, era ver-te não sei o que sentia
Talvez loucura, que por ti andava louca

Het Raam van Mijn Hart

Daar gaat ze speels, hand in hand met een droom
Dat meisje dat ik was, altijd met een lach
Alsof het leven een eeuwige lente is
En er geen pijn in de wereld te voelen is

De lachsalvo's komen rusten op het raam
En als ik ze hoor, heb ik meer medelijden met mezelf
Oh, had ik maar nog zo kunnen lachen als zij
Maar als ik lach, weet ik niet meer hoe ik zo moet lachen

Ik heb het raam van mijn hart
Open voor het verleden
Vol met fadozangers en fado
De ziel gluurt door het raam
Het verleden komt voorbij
En als ze zichzelf ziet, huilt de ziel
In deze optocht die voorbijtrekt
Blijft de heimwee alleen
Zelfs de charme, heeft de charme verloren die ze had
Ontgoochelingen die ik had
Vullen de straat... Daar zijn ze
En we leven van de tijden die al voorbij zijn

Daar komt ze zwijgend met haar kleine stap
Zwart haar, strakke broek die aansluit
Hoe zijn we veranderd, jij die alles voor me was
Vandaag ben je in mijn ogen niet meer dan niets

Jouw grappen vol humor en ironie
Waren van de straat, gingen van mond tot mond
Ik, als ik je zag, weet ik niet wat ik voelde
Misschien was het waanzin, want voor jou was ik gek geworden

Escrita por: Alberto Janes