395px

De Steden

Amelita Baltar

Las Ciudades

Recitado:
Y entonces fue que dijimos, señor, dános la gracia de
Levantar ciudades iguales a los arboles, que llegan a estar maduros
Antes de quedarse secos...génesis, capítulo 1972, versiculo primero
Del futuro testamento.

Ciudades, fundadas para odiar
Ciudades, tan altas, ¿para qué?
Ciudades, cada vez de pie
Ciudades, al polvo volverán

Ciudades, fundadas para odiar
Ciudades, tan altas, ¿para qué?
Ciudades, cada vez de pie
Ciudades, al polvo volverán

Si aquí la estrella no se ve jamás
Y aquí la tierra y sierra y sol se van
Y reinará la soledad total
Que escrita fue la destrucción final

Ciudades, fundadas para odiar
Ciudades, tan altas, ¿para qué?
Ciudades, cada vez de pie
Ciudades, al polvo volverán

Qué lindo será reconstruir
Querido, besáme hasta engendrar un hijo
Con vuelo de albañil en paz
Qué lindo me nacé una ciudad
Qué calle me sangra por los pies
Qué fuente parió mi corazón con fe?
Y en cada charco habrá un pichón de mar
Y en cada fragua un inventor de sol
Y en cada puerta la inscripción astral
Y en cada triste un aprendiz de dios

Ciudades, ciudades ¿qué seran?
Ciudades, sentí su anunciación
Ciudades ya empiezo a construir
Ciudades, del polvo volverán...

Ciudades, ciudades ¿qué serán?
Ciudades, sentí su anunciación
Ciudades ya empiezo a construir
Ciudades, del polvo volverán...

De Steden

Recitatie:
En toen zeiden we, heer, geef ons de genade om
Steden te bouwen zoals de bomen, die rijp zijn
Voordat ze verdorren... genesis, hoofdstuk 1972, vers 1
Van het toekomstige testament.

Steden, opgericht om te haten
Steden, zo hoog, waarvoor?
Steden, steeds weer rechtop
Steden, zullen tot stof vergaan

Steden, opgericht om te haten
Steden, zo hoog, waarvoor?
Steden, steeds weer rechtop
Steden, zullen tot stof vergaan

Als hier de ster nooit te zien is
En hier de aarde en bergen en zon verdwijnen
En de totale eenzaamheid zal heersen
Die de uiteindelijke vernietiging beschrijft

Steden, opgericht om te haten
Steden, zo hoog, waarvoor?
Steden, steeds weer rechtop
Steden, zullen tot stof vergaan

Wat zal het mooi zijn om te herbouwen
Lieve, kus me tot we een kind verwekken
Met de vlucht van een metselaar in vrede
Wat mooi dat er een stad uit me geboren wordt
Welke straat bloedt er uit mijn voeten?
Welke bron heeft mijn hart met geloof gebaard?
En in elke plas zal er een duif van de zee zijn
En in elke smidse een uitvinder van de zon
En op elke deur de astrale inscriptie
En in elke treurige een leerling van god

Steden, steden, wat zullen ze zijn?
Steden, ik voelde hun aankondiging
Steden, ik begin al te bouwen
Steden, zullen tot stof vergaan...

Steden, steden, wat zullen ze zijn?
Steden, ik voelde hun aankondiging
Steden, ik begin al te bouwen
Steden, zullen tot stof vergaan...

Escrita por: Astor Piazzolla / Horacio Ferrer