395px

Ik Raak Niet Moe

Ana Torroja

No Me Canso

Estoy desnuda al amanecer
en este último piso abuhardillado
No sé si ponerme a 100
ó darme una tregua en el lavabo

No tengo dinero para el tren con destino tus brazos
Necesito aire en el pulmón del cielo de tus labios

La ventana ha cedido al sol que me aporta calor
y algo de pena
No queda nada de alcohol
quién fuese Cristo en la última cena

No sé si mandarte una postal
tatuada de ilusiones
O imaginarme un carnaval con aires de tu nombre

Mi corazón babea a popa
No se donde esta mi ropa la habré perdido
junto al miedo

No me canso de quitarme el sombrero
Cuando llueve por mojarme las canciones
Y no me daré cuenta en esta puta vida que
lo que yo quiero es llenarte tus rincones

No me canso de mirarte la cara
No me canso de vivir en escenarios
Y no hay más adversarios que tú y yo de espaldas
que el amor son tres flores que se riegan a diario

Mis pupilas siempre tienen sed
y son sobre tu espalda enredadera
todo lo que quiero ver son las aguas
que inundan tus maneras
y todas las lágrimas son sal
del mal de tus secretos
y todas las páginas están heridas de tus besos

Mi corazón babea a popa...

No sé donde está mi ropa
la habré perdido junto al miedo
No me canso de quitarme el sombrero
Cuando llueve por mojarme las canciones
y no me daré cuenta en esta puta vida que
lo que yo quiero es llenarte tus rincones

No me canso de mirarte la cara
No me canso de vivir en escenarios
Y no hay más adversarios que tú y yo de espaldas
que el amor son tres flores que se riegan a diario

Ik Raak Niet Moe

Ik ben naakt bij zonsopgang
in deze laatste zolderverdieping
Ik weet niet of ik me moet kleden tot 100
of mezelf een pauze moet geven in de badkamer

Ik heb geen geld voor de trein naar jouw armen
Ik heb lucht nodig in de longen van de lucht van jouw lippen

Het raam heeft het zonlicht toegelaten dat me warmte geeft
en een beetje verdriet
Er is niets meer van de alcohol
wie zou Christus zijn bij het laatste avondmaal

Ik weet niet of ik je een ansichtkaart moet sturen
getatoeëerd met dromen
Of me een carnaval moet voorstellen met de klanken van jouw naam

Mijn hart kwijlt aan de achterkant
Ik weet niet waar mijn kleren zijn, ik heb ze misschien verloren
samen met de angst

Ik raak niet moe om mijn hoed af te nemen
Als het regent om mijn liedjes nat te maken
En ik zal me niet realiseren in dit kutleven dat
wat ik wil is jouw hoeken vullen

Ik raak niet moe om naar je gezicht te kijken
Ik raak niet moe om op podia te leven
En er zijn geen tegenstanders meer dan jij en ik met onze ruggen naar elkaar
want de liefde zijn drie bloemen die dagelijks worden bewaterd

Mijn pupillen hebben altijd dorst
en zijn een klimop op jouw rug
alles wat ik wil zien zijn de wateren
die jouw manieren overspoelen
en al het verdriet is zout
van de pijn van jouw geheimen
en alle pagina's zijn gewond door jouw kussen

Mijn hart kwijlt aan de achterkant...

Ik weet niet waar mijn kleren zijn
ik heb ze misschien verloren samen met de angst
Ik raak niet moe om mijn hoed af te nemen
Als het regent om mijn liedjes nat te maken
en ik zal me niet realiseren in dit kutleven dat
wat ik wil is jouw hoeken vullen

Ik raak niet moe om naar je gezicht te kijken
Ik raak niet moe om op podia te leven
En er zijn geen tegenstanders meer dan jij en ik met onze ruggen naar elkaar
want de liefde zijn drie bloemen die dagelijks worden bewaterd

Escrita por: Carlos Chaouen