395px

Proost (La Traviata)

Andrea Bocelli

Brindisi (La Traviata)

Libiamo, libiamo ne' lieti calici
Che la bellezza infiora
E la fuggevol, fuggevol ora
S'inebri a voluttà

Libiam nei dolci fremiti
Che suscita l'amore
Poiché quell'occhio al core
Onnipossente va

Libiamo, amore, amor fra i calici
Più caldi baci avrà
Ah, libiamo, amor fra calici
Più caldi baci avrà

Tra voi, tra voi saprò dividere
Il tempo mio giocondo
Tutto è follia, follia nel mondo
Ciò che non è piacer

Godiam, fugace e rapido
È il gaudio dell'amore
È un fior che nasce e muore
Né più si può goder
Godiam, c'invita, c'invita un fervido
Accento lusinghier

Ah godiamo, la tazza, la tazza e il cantico
La notte abbella e il riso
In questo, in questo paradiso
Ne scopra il nuovo dì

La vita è nel tripudio
Quando non s'ami ancora
Nol dite a chi l'ignora
È il mio destin così

Godiamo, la tazza, la tazza e il cantico
La notte abbella e il riso
In questo, in questo paradiso
Ne scopra il nuovo dì

Ah, ah, ah ne scopra il dì
Ah, ah, ah ne scopra il dì
Ah, ahaaah (sì, ne scopra, ne scopra il nuovo dì)

Proost (La Traviata)

Laten we proosten, proosten uit de blije glazen
Die de schoonheid siert
En het vluchtige, vluchtige uur
Verdrinkt in genot

Laten we genieten van de zoete rillingen
Die de liefde oproept
Want dat oog gaat naar het hart
Almachtig en vrij

Laten we proosten, liefde, liefde tussen de glazen
Zal warmere kussen geven
Ah, laten we proosten, liefde tussen glazen
Zal warmere kussen geven

Tussen jullie, tussen jullie zal ik delen
Mijn vrolijke tijd
Alles is waanzin, waanzin in de wereld
Wat geen plezier is

Laten we genieten, vluchtig en snel
Is de vreugde van de liefde
Het is een bloem die groeit en sterft
En niet meer te genieten is
Laten we genieten, een vurige
Verleiding roept ons

Ah laten we genieten, de beker, de beker en het lied
De nacht siert en de lach
In dit, in dit paradijs
Laat de nieuwe dag ons ontdekken

Het leven is in de vreugde
Wanneer men nog niet houdt van
Zeg het niet tegen wie het niet weet
Zo is mijn lot

Laten we genieten, de beker, de beker en het lied
De nacht siert en de lach
In dit, in dit paradijs
Laat de nieuwe dag ons ontdekken

Ah, ah, ah laat de dag ons ontdekken
Ah, ah, ah laat de dag ons ontdekken
Ah, ahaaah (ja, laat ons de nieuwe dag ontdekken)