395px

María

Anibal Troilo

María

Acaso te llamaras solamente maría..!
No sé si eras el eco de una vieja canción,
Pero hace mucho, mucho, fuiste hondamente mía
Sobre un paisaje triste, desmayado de amor...

El otoño te trajo, mojando de agonía,
Tu sombrerito pobre y el tapado marrón...
Eras como la calle de la melancolía,
Que llovía...llovía sobre mi corazón..!

María..!
En las sombras de mi pieza
Es tu paso el que regresa...

María..!
Y es tu voz, pequeña y triste,
La del día en que dijiste:
"Ya no hay nada entre los dos.."

María..!
La más mía..! La lejana..!
Si volviera otra mañana
Por las calles del adiós..!

Tus ojos eran puertos que guardaban ausentes,
Su horizonte de sueños y un silencio de flor...
Pero tus manos buenas, regresaban presentes,
Para curar mi fiebre, desteñidas de amor...

Un otoño te trajo..! Tu nombre era maría,
Y nunca supe nada de tu rumbo infeliz...
Si eras como el paisaje de la melancolía,
Que llovía...llovía, sobre la calle gris...

María

Heet je soms gewoon María..!
Ik weet niet of je het echo was van een oud lied,
Maar heel lang geleden, was je diep van mij
Over een treurig landschap, bezweken van liefde...

De herfst bracht je, doordrenkt van agonieën,
Je armoedige hoedje en de bruine jas...
Je was als de straat van de melancholie,
Die regende...regende op mijn hart..!

María..!
In de schaduwen van mijn kamer
Is het jouw stap die terugkomt...

María..!
En het is jouw stem, klein en treurig,
Die van de dag dat je zei:
"Er is niets meer tussen ons.."

María..!
De meest van mij..! De verre..!
Als je morgen weer terugkwam
Door de straten van het afscheid..!

Jouw ogen waren havens die afwezigheid bewaarden,
Hun horizon van dromen en een stilte van bloemen...
Maar jouw goede handen, kwamen weer terug,
Om mijn koorts te genezen, vervaagd van liefde...

Een herfst bracht je..! Je naam was María,
En ik heb nooit iets geweten van jouw ongelukkige pad...
Als je was als het landschap van de melancholie,
Die regende...regende, op de grijze straat...

Escrita por: Cátulo Castillo