Sur
San Juan y Boedo antigua, y todo el cielo,
Pompeya y más allá la inundación.
Tu melena de novia en el recuerdo
y tu nombre florando en el adiós.
La esquina del herrero, barro y pampa,
tu casa, tu vereda y el zanjón,
y un perfume de yuyos y de alfalfa
que me llena de nuevo el corazón.
Sur,
paredón y después...
Sur,
una luz de almacén...
Ya nunca me verás como me vieras,
recostado en la vidriera
y esperándote.
Ya nunca alumbraré con las estrellas
nuestra marcha sin querellas
por las noches de Pompeya...
Las calles y las lunas suburbanas,
y mi amor y tu ventana
todo ha muerto, ya lo sé...
San Juan y Boedo antiguo, cielo perdido,
Pompeya y al llegar al terraplén,
tus veinte años temblando de cariño
bajo el beso que entonces te robé.
Nostalgias de las cosas que han pasado,
arena que la vida se llevó
pesadumbre de barrios que han cambiado
y amargura del sueño que murió.
Zuid
San Juan en Boedo, zo oud en vertrouwd,
Pompeya en verder, de overstroming houdt aan.
Je bruidshaar in mijn herinnering,
en je naam bloeit op in het afscheid.
De hoek van de smid, modder en pampa,
jouw huis, jouw stoep en de sloot,
en een geur van kruiden en alfalfa
vult opnieuw mijn hart met zoet genot.
Zuid,
muur en dan...
Zuid,
licht van de winkel...
Je zult me nooit meer zien zoals je deed,
leunend tegen de etalage
en op je wachten.
Ik zal nooit meer stralen met de sterren
onze tocht zonder ruzies
door de nachten van Pompeya...
De straten en de maneschijn van de buitenwijken,
en mijn liefde en jouw raam,
alles is dood, dat weet ik al...
San Juan en Boedo, zo oud, verloren,
Pompeya en bij de oever van de dijk,
jouw twintig jaren trillen van genegenheid
onder de kus die ik je toen stal.
Nostalgie voor de dingen die zijn gebeurd,
zand die het leven heeft meegenomen,
verdriet om buurten die zijn veranderd
en de bitterheid van de droom die is gestorven.