Il Mare Di Jan
Jan Silbeling pregava tutti i giorni
in una chiesa sconsacrata dal dolore.
Quando suo padre morì gli disse: "Figlio mio, guardati intorno,
il mare è accanto a te, vedrai che troverai anche Dio".
Allora Jan partì con il suo mulo e nelle scarpe
una foto di suo padre, quando lui vide da lontano un uomo ricco
gli disse: "Amico mio, sei bello come Dio, dammi un posto
accanto a te; la mia testa, le mie tasche sono vuote, ti darò
il mio cuore e la foto di mio padre".
Nel rifugio di "Dio" tra donne, argento e miele si ubriacava
della sua stessa vita - non si ricorda più la chiesa sconsacrata
e il mare adesso non lo ricorda più.
De Zee van Jan
Jan Silbeling bad elke dag
in een ontheiligde kerk van pijn.
Toen zijn vader stierf, zei hij: "Mijn zoon, kijk om je heen,
de zee is naast je, je zult ook God vinden."
Toen vertrok Jan met zijn muilezel en in zijn schoenen
een foto van zijn vader, toen hij van verre een rijke man zag
zei hij: "Mijn vriend, je bent mooi als God, geef me een plek
naast jou; mijn hoofd, mijn zakken zijn leeg, ik geef je
mijn hart en de foto van mijn vader."
In de schuilplaats van "God" tussen vrouwen, zilver en honing raakte hij dronken
van zijn eigen leven - hij herinnert zich de ontheiligde kerk niet meer
en de zee herinnert hem nu niet meer.
Escrita por: Antonello Venditti