Lenda
Onde mora o sonho
E a lua é o lustre de cristal.
Tem um rei risonho que aboliu
o bem e o mal.
Pôs em seu lugar mil pássaros de cor.
Que num gorjear
Secam qualquer lágrima de dor.
Um rei popular, rei da poesia e das canções.
E seu terno olhar são dois pequenos corações.
Como fui chegar nesse incrível país.
Sei que precisava de estar um pouco só feliz.
Era uma tormenta a atormentar em vão.
Um desespero cheirando à paixão.
Quarto de espelhos que queriam me tragar.
Então qual claridade que põe-se a vazar.
De uma janela num amanhecer.
Pude ler essa lenda em você.
Legende
Waar de droom woont
En de maan is de kristallen kroon.
Er is een lachende koning die het goede
En het kwade heeft afgeschaft.
Hij heeft op zijn plaats duizend gekleurde vogels gezet.
Die in hun gezang
Elke traan van pijn doen verdampen.
Een populaire koning, koning van poëzie en liedjes.
En zijn tedere blik zijn twee kleine harten.
Hoe ben ik in dit geweldige land beland?
Ik weet dat ik even alleen gelukkig moest zijn.
Het was een storm die tevergeefs kwelde.
Een wanhoop die naar passie rook.
Kamer vol spiegels die me wilden opslokken.
Dus welke helderheid die begint te stromen.
Van een raam in de ochtendgloren.
Kon ik deze legende in jou lezen.
Escrita por: Arrigo Barnabe, Eduardo Gudin, Hermelino Neder, Riberti