Deum Verum
Deum verum, unum in Trinitáte
Et Trinitátem in Unitáte, Veníte, adorémus
Veníte, exsultémus Dómino, jubilémus Deo
Salutári nostro: Præoccupémus fáciem ejus in confessióne
Et in psalmis jubilémus ei
Veníte, exsultémus Dómino
Jubilémus Deo, salutári nostro
Præoccupémus fáciem ejus in confessióne
Et in psalmis jubilémus ei
Deum verum, unum in Trinitáte
Et Trinitátem in Unitáte, Veníte, adorémus
Quóniam Deus magnus Dóminus
Et Rex magnus super omnes deos
Quóniam non repéllet Dóminus plebem suam
Quia in manu ejus sunt omnes fines terræ
Et altitúdines móntium ipse cónspicit
Veníte, adorémus
Quóniam ipsíus est mare, et ipse fecit illud
Et áridam fundavérunt manus ejus
Veníte, adorémus, et procidámus ante Deum
Plorémus coram Dómino, qui fecit nos
Quia ipse est Dóminus Deus noster
Nos autem pópulus ejus, et oves páscuæ ejus
Deum verum, unum in Trinitáte
Et Trinitátem in Unitáte, Veníte, adorémus
Hódie, si vocem ejus audiéritis
Nolíte obduráre corda vestra, sicut in exacerbatióne
Secúndum diem tentatiónis in desérto
Ubi tentavérunt me patres vestri
Probavérunt et vidérunt ópera mea
Veníte, adorémus
Quadragínta annis próximus fui generatióni huic, et dixi
Semper hi errant corde
Ipsi vero non cognovérunt vias meas
Quibus jurávi in ira mea
Si introíbunt in réquiem meam
Deum verum, unum in Trinitáte
Et Trinitátem in Unitáte, Veníte, adorémus
Glória Patri, et Fílio, et Spirítui Sancto
Sicut erat in princípio, et nunc, et semper
Et in sæcula sæculórum
Amen
Waarachtige God
Waarachtige God, één in de Drie-eenheid
En de Drie-eenheid in de Eenheid, Komt, laten we aanbidden
Komt, laten we juichen voor de Heer, laten we juichen voor God
Onze Redder: Laten we zijn aangezicht tegemoet treden in belijdenis
En in psalmen laten we Hem juichen
Komt, laten we juichen voor de Heer
Laten we juichen voor God, onze Redder
Laten we zijn aangezicht tegemoet treden in belijdenis
En in psalmen laten we Hem juichen
Waarachtige God, één in de Drie-eenheid
En de Drie-eenheid in de Eenheid, Komt, laten we aanbidden
Want de Heer is een grote God
En een grote Koning boven alle goden
Want de Heer zal zijn volk niet afwijzen
Omdat in zijn hand alle grenzen van de aarde zijn
En de hoogtes van de bergen ziet Hij
Komt, laten we aanbidden
Want van Hem is de zee, en Hij heeft die gemaakt
En de droge grond heeft zijn hand gevormd
Komt, laten we aanbidden, en laten we voor God neervallen
Laten we huilen voor de Heer, die ons gemaakt heeft
Want Hij is de Heer, onze God
Wij zijn zijn volk, en de schapen van zijn weide
Waarachtige God, één in de Drie-eenheid
En de Drie-eenheid in de Eenheid, Komt, laten we aanbidden
Vandaag, als jullie zijn stem horen
Verhard jullie harten niet, zoals in de opstand
Volgens de dag van de beproeving in de woestijn
Waar jullie vaders Mij hebben beproefd
Zij hebben Mij getest en mijn werken gezien
Komt, laten we aanbidden
Veertig jaar was ik dichtbij deze generatie, en ik zei
Altijd dwalen zij in hun hart
Zij hebben mijn wegen niet gekend
Waarop ik in mijn woede heb gezworen
Als zij mijn rust zullen binnengaan
Waarachtige God, één in de Drie-eenheid
En de Drie-eenheid in de Eenheid, Komt, laten we aanbidden
Glorie aan de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest
Zoals het was in het begin, nu en altijd
En in de eeuwen der eeuwen
Amen