395px

Malena

Astor Piazzolla

Malena

Malena canta el tango como ninguna
y en cada verso pone su corazón.
A yuyo del suburbio su voz perfuma,
Malena tiene pena de bandoneón.
Tal vez allá en la infancia su voz de alondra
tomó ese tono oscuro de callejón,
o acaso aquel romance que sólo nombra
cuando se pone triste con el alcohol.
Malena canta el tango con voz de sombra,
Malena tiene pena de bandoneón.

Tu canción
tiene el frío del último encuentro.
Tu canción
se hace amarga en la sal del recuerdo.
Yo no sé
si tu voz es la flor de una pena,
só1o sé que al rumor de tus tangos, Malena,
te siento más buena,
más buena que yo.

Tus ojos son oscuros como el olvido,
tus labios apretados como el rencor,
tus manos dos palomas que sienten frío,
tus venas tienen sangre de bandoneón.
Tus tangos son criaturas abandonadas
que cruzan sobre el barro del callejón,
cuando todas las puertas están cerradas
y ladran los fantasmas de la canción.
Malena canta el tango con voz quebrada,
Malena tiene pena de bandoneón.

Malena

Malena zingt de tango als geen ander
en in elk vers legt ze haar hart.
Met het onkruid van de buitenwijken parfumeert haar stem,
Malena heeft de pijn van de bandoneón.
Misschien nam haar zang van de leeuwerik
in de kindertijd die donkere toon van de steeg,
of misschien die romance die ze alleen noemt
wanneer ze verdrietig wordt door de drank.
Malena zingt de tango met een schaduwstem,
Malena heeft de pijn van de bandoneón.

Jouw lied
heeft de kou van de laatste ontmoeting.
Jouw lied
wordt bitter in het zout van de herinnering.
Ik weet niet
of jouw stem de bloem van een verdriet is,
ik weet alleen dat ik bij het geruis van jouw tango's, Malena,
jou beter voel,
beter dan mezelf.

Jouw ogen zijn donker als de vergetelheid,
jouw lippen strak als wrok,
jouw handen zijn twee duiven die het koud hebben,
jouw aderen hebben bloed van de bandoneón.
Jouw tango's zijn verlaten wezens
die over de modder van de steeg kruisen,
wanneer alle deuren gesloten zijn
en de spoken van het lied blaffen.
Malena zingt de tango met een gebroken stem,
Malena heeft de pijn van de bandoneón.

Escrita por: Homero Manzi, Lucio Demare