395px

De Verdrietige Dikke

Astor Piazzolla

El Gordo Triste

Por su pinta poeta de gorrión con gomina,
por su voz que es un gato sobre ocultos platillos,
los enigmas del vino le acarician los ojos
y un dolor le perfuma la solapa y los astros.

Grita el águila taura que se posa en sus dedos
convocando a los hijos en la cresta del sueño:
¡a llorar como el viento, con las lágrimas altas!,
¡a cantar como el pueblo, por milonga y por llanto!

Del brazo de un arcángel y un malandra
se van con sus anteojos de dos charcos,
a ver por quién se afligen las glicinas,
Pichuco de los puentes en silencio.

Por gracia de morir todas las noches
jamás le viene justa muerte alguna,
jamás le quedan flojas las estrellas,
Pichuco de la misa en los mercados.

¿De qué Shakespeare lunfardo se ha escapado este hombre
que un fósforo ha visto la tormenta crecida,
que camina derecho por atriles torcidos,
que organiza glorietas para perros sin luna?

No habrá nunca un porteño tan baqueano del alba,
con sus árboles tristes que se caen de parado.
¿Quién repite esta raza, esta raza de uno,
pero, quién la repite con trabajos y todo?

Por una aristocracia arrabalera,
tan sólo ha sido flaco con él mismo.
También el tiempo es gordo, y no parece,
Pichuco de las manos como patios.

Y ahora que las aguas van más calmas
y adentro de su fueye cantan pibes,
recuerde y sueñe y viva, gordo lindo,
amado por nosotros. Por nosotros.

De Verdrietige Dikke

Voor zijn uitstraling, dichter van de mus met gel,
voor zijn stem die klinkt als een kat op verborgen schotels,
de raadsels van de wijn strelen zijn ogen
en een pijn parfumeert zijn revers en de sterren.

De taura-arend schreeuwt die op zijn vingers landt
terwijl hij de kinderen roept op de top van de droom:
Laat ons huilen als de wind, met hoge tranen!,
Laat ons zingen als het volk, met milonga en met geween!

Aan de arm van een aartsengel en een schoft
gaan ze met hun brillen van twee plassen,
om te zien voor wie de glicinen zich verdrietig maken,
Pichuco van de bruggen in stilte.

Door de genade van elke nacht te sterven
krijgt hij nooit een eerlijke dood,
nooit blijven de sterren hem te klein,
Pichuco van de mis op de markten.

Van welke lunfardo Shakespeare is deze man ontsnapt
die een lucifer de opgestuwde storm heeft gezien,
die recht loopt over kromme lessenaren,
die gloriettes organiseert voor honden zonder maan?

Er zal nooit een porteño zijn zo ervaren bij de dageraad,
met zijn treurige bomen die rechtop vallen.
Wie herhaalt dit ras, dit ras van één,
maar wie herhaalt het met al het werk en alles?

Voor een achterbuurt-aristocratie,
was hij slechts mager met zichzelf.
Ook de tijd is dik, en dat lijkt niet zo,
Pichuco van de handen als binnenplaatsen.

En nu de wateren rustiger worden
en binnen zijn accordeon zingen kinderen,
vergeet niet en droom en leef, mooie dikke,
verliefd door ons. Door ons.

Escrita por: Horacio Ferrer