Gelukkig zij
Wat moeten zij gelukkig zijn
Wat moeten zij gelukkig zijn
Die nooit de rook hebben gezien
Die nooit de rook hebben gezien
Van vreemde feesten
Wat moeten zij gelukkig zijn
Wat moeten zij gelukkig zijn
Die geen maal hebben genoten
Die geen maal hebben genoten
Dan bij hun ouders thuis
Wat moeten zij gelukkig zijn
Zij dragen plezier als uniform
En dronken van hun gelijk
Horen zij niet hoe in de verte
Alle vreugde verdrinkt
In zoveel andere dansen
In zoveel andere dansen
Wat moeten zij gelukkig zijn
Felices ellos
Qué felices deben ser
Qué felices deben ser
Los que nunca han visto el humo
Los que nunca han visto el humo
De extrañas fiestas
Qué felices deben ser
Qué felices deben ser
Los que no han disfrutado de una comida
Que no han disfrutado de una comida
Fuera de la casa de sus padres
Qué felices deben ser
Llevan la diversión como uniforme
Y ebrios de su propia razón
No escuchan cómo a lo lejos
Toda la alegría se ahoga
En tantos otros bailes
En tantos otros bailes
Qué felices deben ser