Los Hermanos
Yo tengo tantos hermanos
Que no los puedo contar
En el valle, la montaña
En la pampa y en el mar
Cada cual con sus trabajos
Con sus sueños, cada cual
Con la esperanza adelante
Con los recuerdos detrás
Yo tengo tantos hermanos
Que no los puedo contar
Gente de mano caliente
Por eso de la amistad
Con uno lloro, pa llorarlo
Con un rezo pa rezar
Con un horizonte abierto
Que siempre está más allá
Y esa fuerza pa buscarlo
Con tesón y voluntad
Cuando parece más cerca
Es cuando se aleja más
Yo tengo tantos hermanos
Que no los puedo contar
Y así seguimos andando
Curtidos de soledad
Nos perdemos por el mundo
Nos volvemos a encontrar
Y así nos reconocemos
Por el lejano mirar
Por la copla que mordemos
Semilla de inmensidad
Y así, seguimos andando
Curtidos de soledad
Y en nosotros nuestros muertos
Pa que nadie quede atrás
Yo tengo tantos hermanos
Que no los puedo contar
Y una hermana muy hermosa
Que se llama ¡libertad!
De Broeders
Ik heb zoveel broers
Dat ik ze niet kan tellen
In de vallei, op de berg
In de pampa en in de zee
Iedereen met zijn werk
Met zijn dromen, ieder zijn eigen
Met de hoop voorop
Met de herinneringen achter
Ik heb zoveel broers
Dat ik ze niet kan tellen
Mensen met warme handen
Daarom van de vriendschap
Met één huil ik, om te huilen
Met een gebed om te bidden
Met een open horizon
Die altijd verder weg is
En die kracht om het te zoeken
Met doorzettingsvermogen en wilskracht
Wanneer het dichterbij lijkt
Is het wanneer het verder weggaat
Ik heb zoveel broers
Dat ik ze niet kan tellen
En zo blijven we doorgaan
Gevormd door eenzaamheid
We verdwalen in de wereld
En vinden elkaar weer
En zo herkennen we elkaar
Aan de verre blik
Aan het lied dat we bijten
Zaad van oneindigheid
En zo, blijven we doorgaan
Gevormd door eenzaamheid
En in ons onze doden
Zodat niemand achterblijft
Ik heb zoveel broers
Dat ik ze niet kan tellen
En een prachtige zus
Die vrijheid heet!