395px

Psalm 13

Athus

Salmo 13

SALMO 137

As margens de um rio sentei,
Não suportei, me pus a chorar,
Em cativeiro estou,
Então fiquei sentindo falta do meu lar,
Com minha harpa o que fazer?
Pendurei pra não mais tocar
Como podia em terra estranha ter
Uma canção para louvar?

Refrão
Meu Deus permita só uma vez mais
O meu cantar, Sião meu lar ficou pra trás
Só em lembrar que dor,
Só resta a esperança que irei
Voltar ao lar,
Pra então cantar mais uma
Vez, Senhor

A oração me trás também
Grandes saudades do meu lugar
Como esquecer meu lar Jerusalém?
O que eu mais quero é voltar.
Meus opressores querem ter
Melodia e meu alegrar,
Minha tristeza e dor não podem ver
Já não é mais pra se cantar.

Psalm 13

PSALM 137

Aan de oever van een rivier zat ik daar,
Kon het niet meer aan, begon te huilen,
In gevangenschap ben ik,
En ik mis mijn thuis zo erg,
Wat moet ik met mijn harp doen?
Hangde hem op, niet meer te bespelen.
Hoe kon ik in een vreemd land
Een lied zingen om te prijzen?

Refrein
Mijn God, geef me nog één keer
Om te zingen, Siion, mijn thuis is achtergelaten.
Alleen al het denken aan die pijn,
Rest alleen de hoop dat ik zal
Terugkeren naar huis,
Om dan nog één keer te zingen,
Heer.

Het gebed brengt me ook
Grote heimwee naar mijn plek,
Hoe kan ik mijn thuis Jeruzalem vergeten?
Wat ik het meest wil is terug.
Mijn onderdrukkers willen hebben
Melodie en mijn vreugde,
Ze kunnen mijn verdriet en pijn niet zien,
Het is niet meer om te zingen.

Escrita por: Athus