395px

Het Onrustige Graf (Kind Nr. 78)

Joan Baez

The Unquiet Grave (Child No. 78)

Cold blows the wind to my true love,
And gently drops the rain.
I've never had but one true love,
And in green-wood he lies slain.

I'll do as much for my true love,
As any young girl may,
I'll sit and mourn all on his grave,
For twelve months and a day.

And when twelve months and a day was passed,
The ghost did rise and speak,
"Why sittest thou all on my grave
And will no let me sleep?"

"Go fetch me water from the desert,
And blood from out the stone,
Go fetch me milk from a fair maid's breast
That young man never has known."

"How oft on yonder grave, sweetheart,
Where we were want to walk,
The fairest flower that e'er I saw
Has withered to a stalk."

"A stalk has withered and dead, sweetheart,
The flower will never return,
And since I've lost my own true love,
What can I do but yearn."

"When will we meet again, sweetheart,
When will we meet again?"
"When the autumn leaves that fall from the trees
Are green and spring up again."

Het Onrustige Graf (Kind Nr. 78)

Koud waait de wind naar mijn ware liefde,
En zachtjes valt de regen.
Ik heb nooit maar één ware liefde gehad,
En in het groene bos ligt hij dood.

Ik zal net zoveel doen voor mijn ware liefde,
Als elke jonge meid kan,
Ik zal zitten en rouwen op zijn graf,
Voor twaalf maanden en een dag.

En toen twaalf maanden en een dag voorbij waren,
Stond de geest op en sprak,
"Waarom zit je daar op mijn graf
En laat je me niet slapen?"

"Ga water halen uit de woestijn,
En bloed uit de steen,
Ga melk halen uit de borst van een mooie meid
Die die jonge man nooit heeft gekend."

"Hoe vaak op dat graf daar, schat,
Waar we gewend waren te wandelen,
De mooiste bloem die ik ooit zag
Is verwelkt tot een steel."

"Een steel is verwelkt en dood, schat,
De bloem zal nooit terugkomen,
En sinds ik mijn ware liefde heb verloren,
Wat kan ik doen behalve verlangen."

"Wanneer zullen we elkaar weerzien, schat,
Wanneer zullen we elkaar weerzien?"
"Wanneer de herfstbladeren die van de bomen vallen
Groen zijn en weer opbloeien."

Escrita por: Jörgen Elofsson