Tumbalalaika
Shteyt a bocher, shteyt un tracht,
tracht un tracht a gantze nacht.
Vemen tsu nemen un nit far shemen,
vemen tsu nemen un nit far shemen.
Tumbala, tumbala, tumbalalaika,
Tumbala, tumbala, tumbalalaika
tumbalalaika, shpiel balalaika
tumbalalaika - freylach zol zayn.
Meydl, meydl, ch'vel bay dir fregen,
Vos kan vaksn, vaksn on regn?
Vos kon brenen un nit oyfhern?
Vos kon benken, veynen on treren?
Narisher bocher, vos darfstu fregn?
A shteyn ken vaksn, vaksn on regn.
Libeh ken brenen un nit oyfhern.
A harts kon benkn, veynen on treren.
Tumbalalaika
Sta op jongen, sta op en probeer,
probeer en probeer de hele nacht.
Wie kan nemen en niet voor schamen,
wie kan nemen en niet voor schamen.
Tumbala, tumbala, tumbalalaika,
Tumbala, tumbala, tumbalalaika
tumbalalaika, speel balalaika
tumbalalaika - het moet vrolijk zijn.
Meisje, meisje, ik wil je vragen,
Wat kan groeien, groeien zonder regen?
Wat kan branden en niet doven?
Wat kan buigen, huilen zonder te tranen?
Domme jongen, wat moet je vragen?
Een steen kan groeien, groeien zonder regen.
Liefde kan branden en niet doven.
Een hart kan buigen, huilen zonder te tranen.