Na hora do almoço
No centro da sala, diante da mesa
No fundo do prato, comida e tristeza
A gente se olha, se toca e se cala
E se desentende no instante em que fala
Medo, medo, medo, medo, medo, medo
Cada um guarda mais o seu segredo
A sua mão fechada, a sua boca aberta
O seu peito deserto, sua mão parada
Lacrada, e selada, e molhada de medo
Pai na cabeceira
É hora do almoço
Minha mãe me chama
É hora do almoço
Minha irmã mais nova
Negra cabeleira
Minha avó reclama
É hora do almoço
Ei, moço
E eu inda sou bem moço pra tanta tristeza
Deixemos de coisas, cuidemos da vida
Senão, chega a morte ou coisa parecida
E nos arrasta moço sem ter visto a vida
Ou coisa parecida, ou coisa parecida
Ou coisa parecida, aparecida
Ou coisa parecida, ou coisa parecida
Ou coisa parecida, aparecida
Tijdens de lunch
In het midden van de kamer, aan de tafel
Op de bodem van het bord, eten en verdriet
We kijken elkaar aan, we raken elkaar aan en zwijgen
En we begrijpen elkaar niet op het moment dat we spreken
Angst, angst, angst, angst, angst, angst
Iedereen bewaart zijn geheimen
Zijn hand gesloten, zijn mond open
Zijn hart leeg, zijn hand stil
Afgesloten, verzegeld, en nat van angst
Vader aan het hoofd van de tafel
Het is tijd voor de lunch
Mijn moeder roept me
Het is tijd voor de lunch
Mijn jongere zus
Met haar zwarte krullen
Mijn grootmoeder klaagt
Het is tijd voor de lunch
Hé, jongen
En ik ben nog te jong voor zoveel verdriet
Laten we stoppen met zeuren, laten we voor het leven zorgen
Anders komt de dood of iets dergelijks
En sleurt ons mee zonder dat we het leven hebben gezien
Of iets dergelijks, of iets dergelijks
Of iets dergelijks, verschenen
Of iets dergelijks, of iets dergelijks
Of iets dergelijks, verschenen