395px

De Zaad

Bezerra da Silva

A Semente

Meu vizinho jogou
Uma semente no seu quintal
De repente brotou
Um tremendo Matagal (meu vizinho jogou)

Quando alguém lhe perguntava
Que mato é esse que eu nunca vi?
Ele só respondia
Não sei, não conheço isso nasceu ai

Mas foi pintando sujeira
O patamo estava sempre na jogada
Porque o cheiro era bom
E ali sempre estava uma rapaziada

Os homens desconfiaram
Ao ver todo dia uma aglomeração
E deram o bote perfeito
E levaram todos eles para averiguação e daí

Na hora do sapeca-ia-ia o safado gritou
Não precisa me bater, que eu dou de bandeja tudo pro senhor
Olha aí eu conheço aquele mato, chefia
E também sei quem plantou

Quando os federais grampearam
E levaram o vizinho inocente
Na delegacia ele disse
Doutor não sou agricultor, desconheço a semente

De Zaad

Mijn buurman gooide
Een zaadje in zijn tuin
Ineens groeide het op
Een enorme jungle (mijn buurman gooide)

Wanneer iemand hem vroeg
Wat voor onkruid is dit dat ik nooit heb gezien?
Antwoordde hij alleen maar
Weet niet, ken dit niet, is hier ontstaan

Maar het werd steeds viezer
De politie was altijd in de buurt
Want de geur was goed
En daar was altijd een groep jongens

De mannen werden wantrouwig
Toen ze elke dag een menigte zagen
En ze zetten de perfecte val
En namen ze allemaal mee voor verhoor en toen

Op het moment van de sapeca-ia-ia schreeuwde de schoft
Sla me niet, ik geef alles op een presenteerblaadje aan u
Kijk, ik ken dat onkruid, chef
En ik weet ook wie het heeft geplant

Toen de federale agenten afluisterden
En de onschuldige buurman meenamen
Zei hij op het bureau
Dokter, ik ben geen boer, ik ken het zaad niet

Escrita por: Roxinho / Felipão / Walmir da Purificação / Tião Miranda