El Arca de Noé
Hombre muy famoso
De la historia fue Noé
Hizo un arca muy inmensa que media 80 pies
La pinto con alquitrán y le puso un ventanal
Y a los animales dos en dos los hizo entrar
Doña cebra entro con
Traje a rayas con placer
La siguió el caballo y la serpiente cascabel
El ratón, el puercoespin, el monito orangután
La jirafa, el burro, la paloma y el zorzal
Eeoe, eeoe, eeoe en el arca de Noé
Eeoe, eeoe, eeoe en el arca de Noé
Cerca de 40 días fue el chaparrón
Aquí En un monte el arca inmensa se posó
Ya salió el señor Noé y un altar edificó
Y con gozo inmenso al señor allí adoro
Ya salió el señor Noé y un altar edificó
Y con gozo inmenso al señor allí adoro
Eeoe, eeoe, eeoe en el arca de Noé
Eeoe, eeoe, eeoe en el arca de Noé
De Ark van Noach
Een heel beroemd
Man uit de geschiedenis was Noach
Hij bouwde een enorme ark van tachtig voet
Hij schilderde het met teer en zette er een raam in
En de dieren, twee aan twee, liet hij binnenkomen
Mevrouw zebra kwam binnen met
Een gestreept pak met plezier
De paard volgde haar en de ratelslang
De muis, het stekelvarken, de aap orang-oetan
De giraffe, de ezel, de duif en de merel
Eeoe, eeoe, eeoe in de ark van Noach
Eeoe, eeoe, eeoe in de ark van Noach
Bijna veertig dagen duurde de regen
Hier op een berg landde de enorme ark
De heer Noach kwam naar buiten en bouwde een altaar
En met immense vreugde aanbid ik de heer daar
De heer Noach kwam naar buiten en bouwde een altaar
En met immense vreugde aanbid ik de heer daar
Eeoe, eeoe, eeoe in de ark van Noach
Eeoe, eeoe, eeoe in de ark van Noach