Morena Mía
Morena mía
Voy a contarte hasta diez
Uno es el Sol que te alumbra
Dos tus piernas que mandan
Somos tres en tu cama, tres
Morena mía
El cuarto viene después
Cinco tus continentes
Seis las medias faenas
De mis medios calientes
Sigo contando ahorita
Bien, bien, bien, bien, bien, bien
Morena mía
Siete son los pecados cometidos
Suman ocho conmigo
Nueve los que te cobro
Más de diez he sentido
Y por mi parte sobra el arte
Lo que me das, dámelo, dámelo bien
Un poco aquí y un poco ¿a quién?
Cuando tu boca, me toca, me pone y me provoca
Me muerde y me destroza
Toda siempre es poca y muévete bien
Que nadie como tú me sabe hacer café
Morena agata, y me mata, me mata y me remata
Vamos pa'l infierno, aunque no sea eterno
Suave y bien, bien
Que nadie como tú me sabe hacer café
Pero cuando tu boca, me toca, me pone, me provoca
Me muerde y me destroza
Toda siempre es poca y muévete bien, bien, bien
Que nadie como tú me sabe hacer, uff, café
Morena mía
Si esto no es felicidad
Que baje Dios y lo vea
Y aunque no se lo crea
Esto es gloria
Y por mi parte pongo el arte, lo que me das
Dámelo y dalo bien
Un poco así y un poco ¿a quién?
Pero cuando tu boca, me toca, me pone y me provoca
Me muerde y me destroza
Toda siempre es poca y muévete bien
Que nadie como tú me sabe hacer café
Morena agata, y me mata, me mata y me remata
Vamos pa'l infierno, pon que no sea eterno
Suave bien, bien, que nadie como tú me sabe hacer café
Y es que cuando tu boca, me toca, me pone, me provoca
Me muerde y me destroza
Toda siempre es poca y muévete bien, bien, bien
Que nadie como tú me sabe hacer, uff, café
Bien, bien, bien, bien, bien, bien
Bien, bien, bien, bien, bien, bien
Bien, bien, bien, bien, bien, bien, café
Bien, bien, bien, bien, bien, bien, café
Bien, bien, bien, bien, bien, bien, café
Mijn Bruine Schat
Mijn bruine schat
Ik ga tot tien tellen
Eén is de zon die je verlicht
Twee je benen die de baas zijn
We zijn met z'n drieën in je bed, drie
Mijn bruine schat
De vierde komt daarna
Vijf je continenten
Zes de halve klussen
Van mijn halve vuren
Ik blijf nu tellen
Goed, goed, goed, goed, goed, goed
Mijn bruine schat
Zeven zijn de zonden die ik heb begaan
Acht tel ik erbij met jou
Negen die ik je aanreken
Meer dan tien heb ik gevoeld
En wat mij betreft is er genoeg kunst
Wat je me geeft, geef het me, geef het goed
Een beetje hier en een beetje voor wie?
Want als je mond me aanraakt, me prikkelt en me uitdaagt
Me bijt en me verwoest
Altijd is te weinig en beweeg goed
Want niemand zoals jij kan koffie voor me maken
Bruine schat, en je maakt me dood, maakt me dood en maakt me af
Laten we naar de hel gaan, ook al is het niet eeuwig
Zacht en goed, goed
Want niemand zoals jij kan koffie voor me maken
Maar als je mond me aanraakt, me prikkelt, me uitdaagt
Me bijt en me verwoest
Altijd is te weinig en beweeg goed, goed, goed
Want niemand zoals jij kan, uff, koffie voor me maken
Mijn bruine schat
Als dit geen geluk is
Laat God maar komen en het zien
En ook al gelooft hij het niet
Dit is glorie
En wat mij betreft breng ik de kunst, wat je me geeft
Geef het me en geef het goed
Een beetje zo en een beetje voor wie?
Maar als je mond me aanraakt, me prikkelt en me uitdaagt
Me bijt en me verwoest
Altijd is te weinig en beweeg goed
Want niemand zoals jij kan koffie voor me maken
Bruine schat, en je maakt me dood, maakt me dood en maakt me af
Laten we naar de hel gaan, ook al is het niet eeuwig
Zacht goed, goed, want niemand zoals jij kan koffie voor me maken
En het is dat als je mond me aanraakt, me prikkelt, me uitdaagt
Me bijt en me verwoest
Altijd is te weinig en beweeg goed, goed, goed
Want niemand zoals jij kan, uff, koffie voor me maken
Goed, goed, goed, goed, goed, goed
Goed, goed, goed, goed, goed, goed
Goed, goed, goed, goed, goed, goed, koffie
Goed, goed, goed, goed, goed, goed, koffie
Goed, goed, goed, goed, goed, goed, koffie