Camisa Amarela
Encontrei o meu pedaço na Avenida de camisa amarela,
Cantando a Florisbela, oi, a Florisbela
Convidei-o a voltar pra casa em minha companhia,
Exibiu-me um sorriso de ironia
E desapareceu no turbilhão da Galeria,
Não estava nada bom, o meu pedaço, na verdade
Estava bem mamado, bem chumbado, atravessado,
Foi por aí cambaleando, se acabando num cordão
Com o reco-reco na mão,
Mais tarde, o encontrei num café,
Zurrapa do Largo da Lapa
Folião de raça, bebendo o quinto copo de cachaça
Voltou às sete horas da manhã, mas só na quarta-feira,
Cantando a Jardineira, oi, a Jardineira
Me pediu, ainda zonzo, um copo d'água com bicarbonato,
O meu pedaço estava ruim de fato
Pois caiu na cama e não tirou nem o sapato,
Roncou uma semana, despertou mal-humorado
Quis brigar comigo, que perigo! Mas não ligo,
O meu pedaço me domina, me fascina, ele é o tal
Por isso não levo a mal,
Pegou a camisa, a camisa
Amarela, botou fogo nela
Gosto dele assim, passada a brincadeira,
Ele é pra mim, (Meu Senhor do Bonfim!)
Geel Shirt
Ik vond mijn stukje op de Avenue in een geel shirt,
Zong de Florisbela, hey, de Florisbela
Ik nodigde hem uit om met mij naar huis te komen,
Hij gaf me een ironische glimlach
En verdween in de chaos van de Galerij,
Het was echt niet goed, mijn stukje, eigenlijk
Hij was goed dronken, helemaal zat, door elkaar,
Wankelde verder, eindigend in een groepje
Met de reco-reco in zijn hand,
Later vond ik hem in een café,
Zat te zeuren op het Largo da Lapa
Een echte feestbeest, drinkend van het vijfde glas cachaça
Hij kwam terug om zeven uur 's ochtends, maar pas op woensdag,
Zong de Jardineira, hey, de Jardineira
Hij vroeg me, nog steeds dizzy, om een glas water met bicarbonaat,
Mijn stukje was echt niet in orde
Want hij viel op bed en trok zijn schoenen niet eens uit,
Snurkte een week, werd chagrijnig wakker
Wilde met me vechten, wat een gevaar! Maar het kan me niet schelen,
Mijn stukje beheerst me, fascineert me, hij is de beste
Daarom neem ik het niet kwalijk,
Hij pakte het shirt, het shirt
Geel, stak het in brand
Ik hou van hem zo, na de grap,
Hij is voor mij, (Mijn Heer van Bonfim!)