395px

Wat een onbenulligheid

Cafe Quijano

Qué Poca Cosa

Dando patadas a la latas,
Tirando piedras a los perros,
Buscando bajo las faldas
Que suben las escaleras.

Dicen que tuvo buena escuela
Y más dinero de la cuenta,
Pelos de loco, loco entero,
Pinta de santo, santo cuerdo;
Cuenta los cuedros de las aceras, ¡qué poca cosa!

Qué poca cosa es la vida,
Qué cerca esta la locura,
Sácame de dudas,
Quiero saber
Cómo se vive tanta amargura.

Duerme con bata y calcetines,
Hace tres nudos a las botas,
Con uñas largas y negras
Hurga en su grasa melena.

Roba el periódico en los bares,
Toca los timbres en portales,
Tiene detalles de niño,
Se mira en escaparates,
Lleva un rosario en una mano
Y nunca reza.

Qué poca cosa es la vida,
Qué cerca esta la locura,
Sácame de dudas,
Quiero saber
Cómo se vive tanta amargura.

Wat een onbenulligheid

Met mijn voeten tegen de blikken,
Steen gooien naar de honden,
Zoekend onder de rokken
Die de trappen opkomen.

Ze zeggen dat hij goed onderwijs had
En meer geld dan hij nodig had,
Haar als een gek, helemaal gek,
Uiterlijk als een heilige, maar een slimme heilige;
Tel de tegels op de stoep, wat een onbenulligheid!

Wat een onbenulligheid is het leven,
Wat dichtbij is de gekte,
Haal me uit mijn twijfels,
Ik wil weten
Hoe je zo veel bitterheid leeft.

Slaapt in een badjas en sokken,
Maakt drie knopen in zijn laarzen,
Met lange, zwarte nagels
Woelt hij in zijn vette haar.

Steelt de kranten in de kroegen,
Drukt op de bellen bij de portieken,
Heeft de trekjes van een kind,
Kijkt in etalages,
Draagt een rozenkrans in één hand
En bidt nooit.

Wat een onbenulligheid is het leven,
Wat dichtbij is de gekte,
Haal me uit mijn twijfels,
Ik wil weten
Hoe je zo veel bitterheid leeft.

Escrita por: Manuel Quijano