Homenaje a Federico
En los olivaritos niña
Te espero
Con un jarro de vino
Y un pan casero.
Ay, que trabajo me cuesta
El quererte como te quiero,
Por tu amor me duele el aire,
El corazón y el sombrero.
Quien compraría a mí
Este sentío que llevo
Y esta tristeza de hilo,
De hilo blanco de hacer pañuelos.
Llevo el no que me diste
En la palma de la mano,
Como un limón de cera,
Como un limón, limón,
Casi blanco.
Noche de cuatro lunas
Y un solo árbol,
En la punta de una aguja
Se está mi amor bailando.
Bajo un naranjo la vela
Está llena de algodón,
Tiene verdes las hojas
Y violeta el amor,
Ay amor, ay amor, ay amor,
Bajo un naranjo en flor.
El agua de la acequia
Iba llenita de sol,
Y en el olivarito
Cantaba un gorrión,
Ay amor, ay amor, ay amor,
Bajo un naranjo, una flor.
Muerto se ha quedao en la calle
Con un puñal en el pecho
Y no lo conoce nadie.
Eerbetoon aan Federico
In de olijfboomgaarden, meisje
Wacht ik op je
Met een kruik wijn
En zelfgebakken brood.
Oh, wat kost het me moeite
Om je te willen zoals ik doe,
Vanwege jouw liefde doet de lucht pijn,
Mijn hart en mijn hoed.
Wie zou mij kopen
Voor dit gevoel dat ik heb
En deze verdrietige draad,
Van de witte draad voor zakdoeken.
Ik draag het 'nee' dat je me gaf
In de palm van mijn hand,
Als een waslimoen,
Als een limoen, limoen,
Bijna wit.
Nacht van vier manen
En één enkele boom,
Op de punt van een naald
Danst mijn liefde.
Onder een sinaasappelboom is de kaars
Vol met katoen,
De bladeren zijn groen
En de liefde is paars,
Oh liefde, oh liefde, oh liefde,
Onder een bloeiende sinaasappelboom.
Het water van de sloot
Was vol met zon,
En in de olijfboomgaard
Zong een mus,
Oh liefde, oh liefde, oh liefde,
Onder een sinaasappel, een bloem.
Dood is hij achtergebleven op straat
Met een dolk in zijn borst
En niemand kent hem.