El Peregrino
Yo soy un peregrino
Que anda en busca de Dios
Me han dicho que se ha escondido
Detrás de su voz
Escalé la montaña
Y al cóndor le pregunté
Me dijo que hace bastante
Que ya no vuela con el
Pero si Dios es tan grande
Donde se pudo esconder
O si quizás se ha marchado
Y ya no quiera volver
Yo he recorrido los bosques
Y las praderas también
Animalitos del campo
Díganme dónde está el
Los ríos he navegado
Y siete mares surqué
Sirenas dejen su canto
Y digan dónde está el
Es que si Dios se ha marchado
¿Por qué lo dejamos ir?
No seamos tan insensatos
¿Cómo vamos a vivir?
Quizá jugando a la guerra
A cosechando la ruin
Seremos hombres sin tierra
Esclavos hasta el fin
En noche de luna llena
A una estrella pregunté
Me dijo que hace bastante
Que ya no cena con el
Pero si Dios es tan grande
Dónde se pudo esconder
O si quizás se ha marchado
Tomó su capa y se fue
Y cuando el sol se ocultaba
En mi triste corazón
Un niño que me miraba
Se sonrió y se acercó
Me dijo señor no llore
Dios aún no se marchó
Yo lo tengo bien guardado
En mi corazón
Si usted quiere conocerlo
Tiene que ser como yo
Aunque me vea tan pequeño
En mi alma se esconde Dios
De Pelgrim
Ik ben een pelgrim
Die op zoek is naar God
Men heeft me verteld dat Hij zich verstopt
Achter zijn stem
Ik heb de berg beklommen
En vroeg het aan de condor
Hij zei dat het al een tijd geleden is
Dat hij niet meer met hem vliegt
Maar als God zo groot is
Waar kan Hij zich dan verstoppen?
Of misschien is Hij vertrokken
En wil Hij niet meer terugkomen
Ik heb de bossen doorkruist
En ook de vlaktes
Dierenvrienden van het veld
Zeg me waar Hij is
Ik heb de rivieren bevaren
En zeven zeeën doorkruist
Zeemeerminnen, laat jullie gezang horen
En vertel me waar Hij is
Als God is vertrokken
Waarom laten we Hem dan gaan?
Laten we niet zo dom zijn
Hoe gaan we leven?
Misschien door te spelen met oorlog
Of door de ellende te oogsten
Zullen we mannen zonder land zijn
Slaven tot het einde
Op een nacht met volle maan
Vroeg ik het aan een ster
Ze zei dat het al een tijd geleden is
Dat ze niet meer met Hem dineert
Maar als God zo groot is
Waar kan Hij zich dan verstoppen?
Of misschien is Hij vertrokken
Heeft zijn mantel genomen en is gegaan
En toen de zon onderging
In mijn treurige hart
Kijkend naar een kind
Die glimlachte en dichterbij kwam
Hij zei: 'Meneer, huil niet
God is nog niet vertrokken
Ik heb Hem goed bewaard
In mijn hart
Als u Hem wilt leren kennen
Moet u zijn zoals ik
Ook al ziet u me zo klein
In mijn ziel verstopt zich God