395px

Ik Raak Niet Moe

Carlos Chaouen

No Me Canso

No me canso (Chaouen)

Estoy desnudo al amanecer
en este último piso abuhardillado.
No sé si ponerme a 100
o darme una tregua en el lavabo.
No tengo dinero para el tren que me lleva a tu barrio.
Necesito aire en el pulmón del cielo de tus labios.
La ventana ha cedido al sol que me aporta calor
y algo de pena.
No queda nada de alcohol
quién fuese Cristo en la última cena.
No sé si mandarte una postal
tatuada de ilusiones.
O alucinarme un carnaval lleno de pasodobles.
Mi corazón babea a popa.
No se donde esta mi ropa
la habré perdido
junto al miedo.
No me canso de quitarme el sombrero
Cuando llueve por mojarme las canciones.
Y no me daré cuenta en esta puta vida que
Lo que yo quiero es rellenar tus rincones.
No me canso de mirarte la cara.
No me canso de vivir en escenarios.
Y no hay más adversarios que nosotros de espalda
que el amor son tres flores que se riegan a diario.
Las pupilas ya sacian su sed
en el veneno de la enredadera.
Invento el color también de las vocales
con sabor a fresa.
Visita la tarde leve, azul, ángel de luz de cárcel.
La mar arde y no estás tú, y se hace menos tarde.
La ventana prescindió del sol
que va de migración hasta mañana.
Ya llegó la ansiada luna
que nunca nos evita las miradas.
Hay un paraíso en cada piel
y un dios en cada hombre.
Yo sigo poniendo en el sofá cojines de canciones.
Mi corazón babea a popa...

Ik Raak Niet Moe

Ik raak niet moe (Chaouen)

Ik ben naakt bij zonsopgang
in deze laatste zolderverdieping.
Ik weet niet of ik vol gas moet gaan
of mezelf een pauze moet geven in de wc.
Ik heb geen geld voor de trein die me naar jouw buurt brengt.
Ik heb lucht nodig in de longen van de lucht van jouw lippen.
Het raam heeft het opgegeven voor de zon die me warmte geeft
en een beetje verdriet.
Er is niets meer van de alcohol
wie zou Christus zijn bij het laatste avondmaal.
Ik weet niet of ik je een ansichtkaart moet sturen
getatoeëerd met dromen.
Of me een carnaval inbeelden vol pasodobles.
Mijn hart kwijlt naar achteren.
Ik weet niet waar mijn kleren zijn
ik heb ze misschien verloren
samen met de angst.
Ik raak niet moe om mijn hoed af te nemen
Als het regent om mijn liedjes nat te maken.
En ik zal me in dit kutleven niet realiseren dat
wat ik wil is jouw hoeken vullen.
Ik raak niet moe om naar je gezicht te kijken.
Ik raak niet moe om op podia te leven.
En er zijn geen tegenstanders meer dan wij met de rug naar elkaar
want de liefde zijn drie bloemen die dagelijks worden bewaterd.
De pupillen lessen hun dorst
in het gif van de klimop.
Ik verzin ook de kleur van de klinkers
met een smaak van aardbei.
Bezoek de lichte, blauwe middag, engel van het licht van de gevangenis.
De zee brandt en jij bent er niet, en het wordt minder laat.
Het raam heeft de zon afgewezen
die op migratie is tot morgen.
De langverwachte maan is aangekomen
die ons nooit de blikken ontzegt.
Er is een paradijs op elke huid
en een god in elke man.
Ik blijf kussens van liedjes op de bank leggen.
Mijn hart kwijlt naar achteren...