Canoas do Tejo
Canoa de vela erguida
Que vens do Cais da Ribeira
Gaivota, que anda perdida
Sem encontrar companheira
O vento sopra nas fragas
O Sol parece um morango
E o Tejo baila com as vagas
A ensaiar um fandango
Canoa
Conheces bem
Quando há norte pela proa
Quantas docas tem Lisboa
E as muralhas que ela tem
Canoa
Por onde vais?
Se algum barco te abalroa
Nunca mais voltas ao cais
Nunca, nunca, nunca mais
Canoa de vela panda
Que vens da boca da barra
E trazes na aragem branda
Gemidos de uma guitarra
Teu arrais prendeu a vela
E se adormeceu, deixa-lo
Agora muita cautela
Não vá o mar acordá-lo
Canoa, conheces bem
Quando há norte pela proa
Quantas docas tem Lisboa
E as muralhas que ela tem
Canoa, por onde vais?
Se algum barco te abalroa
Nunca mais voltas ao cais
Nunca, nunca, nunca mais
Kanoe van de Tejo
Kanoe met de zeil omhoog
Die komt van de kade van Ribeira
Zilvermeeuw, die verloren rondvliegt
Zonder een maatje te vinden
De wind blaast over de kliffen
De zon lijkt wel een aardbei
En de Tejo danst met de golven
Die een fandango aan het oefenen zijn
Kanoe
Je kent het goed
Als er noordenwind is aan de voorkant
Hoeveel dokken heeft Lissabon
En de muren die ze heeft
Kanoe
Waar ga je heen?
Als een schip je aanraakt
Kom je nooit meer terug naar de kade
Nooit, nooit, nooit meer
Kanoe met de panda zeil
Die komt van de monding van de rivier
En je brengt in de zachte bries
De kreten van een gitaar
Je schipper heeft de zeil vastgemaakt
En als hij in slaap is gevallen, laat hem dan
Nu moet je heel voorzichtig zijn
Laat het water hem niet wakker maken
Kanoe, je kent het goed
Als er noordenwind is aan de voorkant
Hoeveel dokken heeft Lissabon
En de muren die ze heeft
Kanoe, waar ga je heen?
Als een schip je aanraakt
Kom je nooit meer terug naar de kade
Nooit, nooit, nooit meer