Obrigado
Aos que me dão lugar no bonde
E que conheço não sei de onde,
Aos que me dizem terno adeus
Sem que lhes saiba os nomes seus,
Aos que me chamam de deputado
Quando nem mesmo sou jurado,
Aos que, de bons, se babam: mestre!
Inda se escrevo o que não preste,
Aos que me julgam primo-irmão
Do rei da fava ou do hindustão,
Aos que me pensam milionário
Se pego aumento de salário
- e aos que me negam cumprimento
Sem o mais mínimo argumento,
Aos que não sabem que eu existo,
Até mesmo quando os assisto.
Aos que me trancam sua cara
De carinho alérgica e avara,
Aos que me tacham de ultrabeócia
A pretensão de vir da escócia,
Aos que vomitam (sic) meus poemas
Nos mais simples vendo problemas,
Aos que, sabendo-me mais pobre,
Me negariam pano ou cobre
- eu agradeço humildemente
Gesto assim vário e divergente,
Graças ao qual, em dois minutos,
Tal como o fumo dos charutos,
Já subo aos céus, já volvo ao chão,
Pois tudo e nada nada são.
Dankjewel
Aan degenen die me plek geven in de tram
En die ik ken, maar niet weet waarvandaan,
Aan degenen die me een warm afscheid geven
Zonder dat ik hun namen kan beleven,
Aan degenen die me 'deputado' noemen
Terwijl ik zelfs geen jurylid ben, dat is te dromen,
Aan degenen die, als goede mensen, zich vergapen: meester!
Zelfs als ik schrijf wat niet deugt, dat is een beest,
Aan degenen die me beschouwen als een broer
Van de koning van de boon of van Hindoe's avontuur,
Aan degenen die denken dat ik miljonair ben
Als ik een loonsverhoging krijg, dat is wat ik ken,
- en aan degenen die me geen groet geven
Zonder enige reden, dat is niet verheven,
Aan degenen die niet weten dat ik besta,
Zelfs als ik naar hen kijk, dat is wat ik sa,
Aan degenen die hun gezicht voor me verbergen
Met een allergische en gierige zegen,
Aan degenen die me beschuldigen van ultrabeoordeeld zijn
De pretentie om uit Schotland te komen, dat is gemeen,
Aan degenen die mijn gedichten uitbraken (sic)
Bij de simpelste dingen, dat is wat ze maken,
Aan degenen die, wetende dat ik armer ben,
Me geen stof of koper zouden geven, dat is hun fenomeen,
- ik dank hen nederig
Voor zo'n divers en afwijkend gebaar, dat is niet te vernegeren,
Dankzij welk gebaar, in twee minuten,
Net als de rook van sigaren, dat is wat ik vind,
Stijg ik naar de hemel, val ik weer op de grond,
Want alles en niets zijn niets, dat is wat men verwond.