395px

Zonnig Pad

Carlos Gardel

Caminito Soleado

Claro caminito criollo
florido y soleado,
con pañuelo bordeado
vos me viste pasar.
Mientras los pastos amigos
que saben mi anhelo,
como dulce consuelo,
su verde saludo
me hacían llegar.

Cruzando montes y valles,
con alas venía
mi pobre carreta,
con su carga de esperanzas
las ruedas le hacían
al viento gambetas.
Y cuando ya atravesaba
la hondura del valle
de lenta corriente,
una congoja naciente
detuvo su impulso
parando su andar,
porque en ese arroyito
a veces tus ojos
se saben mirar.

Y así que vi su casita
de puro celoso
me sobró el pampero
para contarle chismoso
que traigo en mi apero
mil prendas de amor.
Para su pelo una cinta
que llevo escondida
de lindo color.
Para sus labios mi antojo
y para sus ojos
un claro cristal,
y pa' su blanca garganta
el criollo que canta
tiene este cantar.

Claro caminito criollo
florido y soleado,
yo quiero que se asombre
cuando ella me nombre
al verme llegar.

Zonnig Pad

Duidelijk, Creools pad
bloemrijk en zonnig,
met een rand van een doek
zag je me voorbijgaan.
Terwijl de vriendelijke grasvelden
mijn verlangen kennen,
als een zoete troost,
stuurden ze hun groene
groet naar me toe.

Over bergen en dalen,
met vleugels kwam
mijn arme kar,
met zijn lading van hoop
maakten de wielen
stunts voor de wind.
En toen ik al
de diepte van het dal overstak
met zijn langzame stroom,
werd een opkomende pijn
zijn vaart gestopt
en hield het stil,
want in die beek
keken soms je ogen
elkaar aan.

En zo zag ik zijn huisje
van pure jaloezie
had ik de wind
om het roddelende te vertellen
dat ik in mijn spullen
duizend liefdesgaven heb.
Voor zijn haar een lint
dat ik verborgen heb
van mooie kleur.
Voor zijn lippen mijn verlangen
en voor zijn ogen
een helder kristal,
en voor zijn witte keel
de Creool die zingt
heeft dit lied.

Duidelijk, Creools pad
bloemrijk en zonnig,
ik wil dat ze verbaasd is
wanneer ze mijn naam noemt
als ze me ziet aankomen.

Escrita por: Carlos Gardel, Alfredo Le Pera