El Olivo
Allá, junto a la Riviera
Un tano alegre vivía
Laburando noche y día
Junto con su compañera
Y del riachuelo al rumor
Eran felices los grullos
Arrullados de murmullos
Engrupidos en su amor
Y dicen las comadres
Paseando junto al río
Los cosos de fugaron
Sul pícolo navío
Más, como no volvieron
Y el tiempo transcurrió
Las gentes se dijeron
El pícolo se hundió
Porque un compadre cabrero
A la tana se afilaba
De bueno la trabajaba
Con el cuento del te quiero
Y como el hombre era bueno
Y ella joven y coqueta
Una noche el muy trompeta
Al tano se la espiantó
Y dicen las comadres
Paseando junto al río
Los cosos de fugaron
Sul pícolo navío
Más, como no volvieron
Y el tiempo transcurrió
Las gentes se dijeron
El pícolo se hundió
De Olijfboom
Daar, naast de Riviera
Woonde een blije Italiaan
Werkt' dag en nacht voortaan
Samen met zijn vriendin
En van de beek het geluid
Waren de kraanvogels blij
In de schaduw van de schuil
Verliefd in hun liefde
En zeggen de buurvrouwen
Wandelend langs de rivier
De gasten zijn gevlucht
Met het kleine bootje hier
Maar, omdat ze niet terugkwamen
En de tijd verstreek
Zei men tegen elkaar
Het bootje is gezonken
Want een vriend van de herder
Had het meisje in het vizier
Met mooie woorden en zoet
Met het verhaal van ik hou van jou
En omdat de man zo goed was
En zij jong en vol van leven
Op een nacht, die schoft
Weg met de Italiaan zijn liefde
En zeggen de buurvrouwen
Wandelend langs de rivier
De gasten zijn gevlucht
Met het kleine bootje hier
Maar, omdat ze niet terugkwamen
En de tijd verstreek
Zei men tegen elkaar
Het bootje is gezonken
Escrita por: A. Scatasso, C. P. Cabral, J. Vivas