395px

De Bries

Carlos Gardel

La Brisa

Era una tarde, corría una brisa
Muy cálida y suave por la rosaleda
Cerca del lago, leyendo poesías
Estabas oculta entre la arboleda
Turbé el silencio con mis pisadas
Hubo un suspiro y dos miradas
Era una tarde, corría una brisa
Muy cálida y suave por el rosedal

Y nos volvimos a ver
En aquel mismo lugar
Y grabado en un rosal
Queda un nombre de mujer
Como un recuerdo imborrable
De horas vividas y de ilusión
Mientras, la tarde moría
Y el Sol nos enviaba su beso de amor

Y así una triste tarde
Al banco lo avizoro
Estabas tú sentada
Siempre esperándome
He vuelto muchas veces
Teniendo la esperanza
De ver si te veía
Más nunca te encontré

Que lindo hubiera sido
Vivir nuestros amores
Vivirlos y el precurso
Hacer de aquel lugar
Hoy yo, pa' que le cante
Solo queda el recuerdo
De un amor muerto
De nuestro rosedal

Allá en el banco que
En el misterio de la rosaleda
Mi alma de frío y de amor se estremece
Hay un recuerdo en esa calma
Por eso sufre tanto mi alma
Allá en el banco
Que nos conocimos
Voy todas las tardes
En el rosedal

Y nos volvimos a ver en aquel mismo lugar
Y grabado en un rosal
Está un nombre de mujer
Como un recuerdo imborrable
De horas vividas, de ilusión
Mientras, la tarde moría
Y el Sol nos enviaba un beso de amor

Y así una triste tarde
Al banco lo avizoro
Estabas tú sentada
Siempre esperándome
He vuelto muchas veces
Teniendo la esperanza
De ver si te veía
Más, nunca te encontré

De Bries

Het was een middag, er waaide een bries
Heel warm en zacht door de rozenperken
Dichtbij het meer, poëzie aan het lezen
Je was verborgen tussen de bomen
Ik verstoorde de stilte met mijn stappen
Er was een zucht en twee blikken
Het was een middag, er waaide een bries
Heel warm en zacht door het rozenperk

En we zagen elkaar weer
Op dezelfde plek
En gegraveerd in een rozenstruik
Staat een vrouwennaam
Als een onuitwisbare herinnering
Aan geleefde uren en aan hoop
Terwijl de middag stierf
En de zon ons zijn kus van liefde stuurde

En zo, op een treurige middag
Zie ik de bank weer
Jij zat daar
Altijd op me te wachten
Ik ben vaak teruggekomen
Met de hoop
Te zien of ik je zou tegenkomen
Maar ik vond je nooit

Wat zou het mooi zijn geweest
Onze liefdes te leven
Ze te beleven en de aanloop
Van die plek te maken
Vandaag, zodat ik kan zingen
Blijft alleen de herinnering
Aan een dode liefde
Van ons rozenperk

Daar bij de bank die
In het mysterie van de rozenperken
Verstijft mijn ziel van kou en liefde
Er is een herinnering in die rust
Daarom lijdt mijn ziel zo
Daar bij de bank
Waar we elkaar ontmoetten
Ga ik elke middag
In het rozenperk

En we zagen elkaar weer op dezelfde plek
En gegraveerd in een rozenstruik
Staat een vrouwennaam
Als een onuitwisbare herinnering
Aan geleefde uren, aan hoop
Terwijl de middag stierf
En de zon ons een kus van liefde stuurde

En zo, op een treurige middag
Zie ik de bank weer
Jij zat daar
Altijd op me te wachten
Ik ben vaak teruggekomen
Met de hoop
Te zien of ik je zou tegenkomen
Maar ik vond je nooit

Escrita por: F. Canaro / J. A. Caruso