Llora
Llora, un paso cansado pisa
En un portal de sombras viejas
Llueven penas nuevas
Tira, tira que tira de su falda
Hasta los huesos cala el agua
La mentira hasta el alma llega.
Sentada en la escalera
Esperando sueña
Soñando espera tan siquiera
Dueña de su propia vida
Una muñeca triste
Una sonrisa rota
Ve como el tiempo pasa
Y nadie baja a su encuentro
Llueve desde dentro
Está lloviendo fuera
Llora, una mujer tan cansada
Con las paredes frías habla
De su vida seca
Tira, tira que tira de su alma
que por los suelos se arrastra
Le pesan tanto las penas nuevas
Sentada en la escalera
Esperando sueña
Soñando espera tan siquiera
Dueña de su propia vida
Una muñeca triste
Una sonrisa rota
Que como el tiempo pasa
Y nadie baja a su encuentro
Llueve desde dentro
Está lloviendo fuera
Huilen
Huilen, een moeizaam voetstap
Op een portaal van oude schaduwen
Nieuwe zorgen vallen als regen
Trek, trek aan haar rok
Tot op het bot dringt het water
De leugen raakt zelfs de ziel.
Zittend op de trap
Droomt ze terwijl ze wacht
Dromend hoopt ze zelfs maar
Heerseres van haar eigen leven.
Een treurig poppetje
Een gebroken glimlach
Ziet hoe de tijd verstrijkt
En niemand komt haar tegemoet.
Het regent van binnen
Het regent buiten.
Huilen, een vrouw zo moe
Praat met de koude muren
Over haar dorre leven.
Trek, trek aan haar ziel
Die over de grond kruipt
De nieuwe zorgen drukken zo zwaar.
Zittend op de trap
Droomt ze terwijl ze wacht
Dromend hoopt ze zelfs maar
Heerseres van haar eigen leven.
Een treurig poppetje
Een gebroken glimlach
Die ziet hoe de tijd verstrijkt
En niemand komt haar tegemoet.
Het regent van binnen
Het regent buiten.