Lament For Boromir
They will look for him from the White Tower
But he will not return, from mountain or from sea
Aragorn
Through Rohan over fen and field where the long grass grows
The West Wind comes walking, and about the walls it goes
What news from the West, O wandering wind, do you bring to me tonight?
Have you seen Boromir the Tall by Moon or by starlight?
I saw him ride over seven streams, over waters wide and grey
I saw him walk in empty lands until he passed away
Into the shadows of the North, I saw him then no more
The North Wind may have heard the horn of the son of Denethor
O Boromir! From the high walls westward I looked afar
But you came not from the empty lands where no men are
Then Legolas sang
From the mouths of the Sea the South Wind flies, from the sandhills and the stones
The wailing of the gulls it bears, and at the gate it moans
What news from the South, O sighing wind, do you bring to me at eve?
Where now is Boromir the Fair? He tarries and I grieve
Ask not of me where he doth dwell – so many bones there lie
On the white shores and the dark shores under the stormy sky
So many have passed down Anduin to find the flowing Sea
Ask of the North Wind news of them the North Wind sends to me! ‘O Boromir! Beyond the gate the seaward road runs south
But you came not with the wailing gulls from the grey sea’s mouth
Then Aragorn sang again
From the Gate of the Kings the North Wind rides, and past the roaring falls
And clear and cold about the tower its loud horn calls
What news from the North, O mighty wind, do you bring to me today?
What news of Boromir the bold? For he is long away
Beneath Amon Hen I heard his cry, there many foes he fought
His cloven shield, his broken sword, they to the water brought
His head so proud, his face so fair, his limbs they laid to rest
And Rauros, golden Rauros-falls, bore him upon its breast
‘O Boromir! The Tower of Guard shall ever northward gaze
To Rauros, golden Rauros-falls, until the end of days
Lamentatie Voor Boromir
Ze zullen naar hem zoeken vanuit de Witte Toren
Maar hij zal niet terugkeren, van berg of van zee
Aragorn
Door Rohan over moerassen en velden waar het lange gras groeit
Komt de Westwind wandelen, en rondom de muren gaat hij
Wat nieuws uit het Westen, O zwervende wind, breng je me vanavond?
Heb je Boromir de Lange gezien bij maan of bij sterrenlicht?
Ik zag hem rijden over zeven stromen, over brede en grijze wateren
Ik zag hem lopen in lege landen totdat hij verdween
In de schaduwen van het Noorden, ik zag hem toen niet meer
De Noordenwind heeft misschien de hoorn gehoord van de zoon van Denethor
O Boromir! Van de hoge muren westwaarts keek ik ver weg
Maar je kwam niet terug uit de lege landen waar geen mensen zijn
Toen zong Legolas
Van de monden van de Zee vliegt de Zuidwind, van de zandheuvels en de stenen
Het geklaag van de meeuwen draagt hij, en bij de poort klaagt hij
Wat nieuws uit het Zuiden, O zuchtende wind, breng je me in de avond?
Waar is nu Boromir de Schone? Hij blijft en ik treur
Vraag niet aan mij waar hij verblijft – zoveel botten liggen daar
Op de witte kusten en de donkere kusten onder de stormachtige lucht
Zovelen zijn afgedaald langs de Anduin om de stromende Zee te vinden
Vraag de Noordenwind naar nieuws van hen die de Noordenwind naar mij zendt! ‘O Boromir! Voor de poort loopt de zeewind zuidwaarts
Maar je kwam niet met de klagende meeuwen uit de mond van de grijze zee
Toen zong Aragorn weer
Van de Poort der Koningen rijdt de Noordenwind, en voorbij de brullende watervallen
En helder en koud rondom de toren roept zijn luide hoorn
Wat nieuws uit het Noorden, O machtige wind, breng je me vandaag?
Wat nieuws van Boromir de Dappere? Want hij is al lang weg
Onder Amon Hen hoorde ik zijn schreeuw, daar vocht hij tegen vele vijanden
Zijn gespleten schild, zijn gebroken zwaard, ze brachten ze naar het water
Zijn trots hoofd, zijn mooie gezicht, zijn ledematen legden ze te rusten
En Rauros, gouden Rauros-watervallen, droegen hem op hun borst
‘O Boromir! De Toren van Bewaking zal altijd noordwaarts kijken
Naar Rauros, gouden Rauros-watervallen, tot het einde der dagen
Escrita por: J. R. R. Tolkien, Clamavi de Profundis