Acampar
có có có córó có có córó có...
có có có córó có có córó
Acampar,
ficar pertinho da terra,
có có có córó có có córó có
Acampar,
botar o pé no rio e sentir o cheiro do mato.
Olhar pro chão, encontrar formiga,
deixar o sol esquentar minha barriga.
có có có córó có có córó có
Acampar,
tomar banho de cachoeira
e à noite tocar violão em volta da fogueira
Estrelas no céu... sapo na lagoa... vagalume dançando... mariposa namorando...
junto com a fumaça da fogueira vai subindo pro céu, a nossa brincadeira...
E quando bate o sono...
entrar na barraca, entrar no saco de dormir, e deitar as costas na terra.
Acampar,
deitar pertinho da terra
terra tão querida, onde dorme a semente, onde nasce a comida
có có có córó có có córó có
có có có córó có có có ró
Kamperen
koekoek koekoek koekoek koekoek...
koekoek koekoek koekoek koekoek
Kamperen,
vlakbij de aarde zijn,
koekoek koekoek koekoek koekoek
Kamperen,
met je voeten in de rivier en de geur van het bos voelen.
Kijk naar de grond, een mier vinden,
laat de zon mijn buik verwarmen.
koekoek koekoek koekoek koekoek
Kamperen,
onder de waterval douchen
en 's nachts gitaar spelen rond het kampvuur.
Sterren aan de hemel... kikker in de vijver... vuurvliegjes dansen... motten flirten...
met de rook van het kampvuur stijgt onze pret naar de lucht...
En als de slaap komt...
de tent in, in de slaapzak kruipen, en met mijn rug op de grond liggen.
Kamperen,
vlakbij de aarde liggen,
aarde zo dierbaar, waar het zaad slaapt, waar het voedsel groeit.
koekoek koekoek koekoek koekoek...
koekoek koekoek koekoek koekoek...
Escrita por: Hélio Ziskind