El Gran Varón
En la sala de un hospital
A las 9: 43 nació Simón
Es el verano del '63
El orgullo de Don Andrés
Por ser varón
Fue criado como los demás
Con mano dura con serenidad
Nunca opinó
Cuando crezcas vas a estudiar, la misma vaina que tu papá
Óyelo bien, tendrás que ser un gran varón
Al extranjero se fue Simón
Lejos de casa se le olvidó aquel sermón
Cambió la forma de caminar, usaba falda, lápiz labial
Y un carterón
Cuenta la gente que un día el papa fue a visitarlo
Sin avisar, vaya que error
Y una mujer le habla al pasar
Le dijo: Hola, ¿qué tal, papá?
¿Cómo te va?
No me conoces, yo soy Simón
Simón tu hijo, el gran varón
No se puede corregir a la naturaleza
Palo que nace dobla'o, jamás su tronco endereza
No se puede corregir a la naturaleza
Palo que nace dobla'o, jamás su tronco endereza
No se puede corregir a la naturaleza
Palo que nace dobla'o, jamás su tronco endereza
Se dejó llevar, por lo que dice la gente
Su padre jamás le hablo
Lo abandono para siempre
No se puede corregir a la naturaleza
Palo que nace dobla'o, jamás su tronco endereza
Y no te quejes Andrés
No te quejes por nada
Si del cielo te cae limones aprende hacer limonada
No se puede corregir a la naturaleza
Palo que nace dobla'o, jamás su tronco endereza
Y mientras pasan los años
El viejo cediendo un poco
Simón ya ni le escribía
Andrés estaba furioso
No se puede corregir a la naturaleza
Palo que nace dobla'o, jamás su tronco endereza
Por fin hubo noticias
De donde su hijo estaba
Andrés nunca olvido el día
De esa triste llamada
Ay lelelele, ay lelele, ay leleleee
Ay lelele, ay lelele, ay leleleeee
En la sala de un Hospital
De una extraña enfermedad
Murió Simón
Es el verano del 83
Al enfermo de la cama 10
Nadie lloró
Simón, Simón
Simón
No se puede corregir a la naturaleza
Palo que nace dobla'o, jamás su tronco endereza
Hay que tener compasión
Basta de moraleja
Y el que este libre de pecado, el que tire la primera piedra
No se puede corregir a la naturaleza
Palo que nace dobla'o, jamás su tronco endereza
El que nunca perdona
Tiene el destino cierto
De vivir amargos recuerdos en su propio infierno
Ay lelele, ay lelele
De Grote Man
In de zaal van een ziekenhuis
Om 9:43 werd Simón geboren
Het is de zomer van '63
De trots van Don Andrés
Omdat hij een man is
Hij werd opgevoed zoals de anderen
Met een harde hand en sereniteit
Hij had nooit een mening
Als je groot bent, ga je studeren, dezelfde onzin als je vader
Luister goed, je moet een grote man zijn
Simón ging naar het buitenland
Ver weg van huis vergat hij die preek
Hij veranderde zijn manier van lopen, droeg een rok, lippenstift
En een grote tas
De mensen zeggen dat op een dag zijn vader hem ging bezoeken
Zonder te bellen, wat een fout
En een vrouw sprak hem aan
Ze zei: Hoi, hoe gaat het, papa?
Hoe gaat het met je?
Je kent me niet, ik ben Simón
Simón, jouw zoon, de grote man
Je kunt de natuur niet corrigeren
Een tak die krom groeit, recht zijn stam nooit
Je kunt de natuur niet corrigeren
Een tak die krom groeit, recht zijn stam nooit
Je kunt de natuur niet corrigeren
Een tak die krom groeit, recht zijn stam nooit
Hij liet zich leiden door wat de mensen zeggen
Zijn vader sprak nooit met hem
Hij verliet hem voor altijd
Je kunt de natuur niet corrigeren
Een tak die krom groeit, recht zijn stam nooit
En klaag niet, Andrés
Klaag om niets
Als het leven je citroenen geeft, leer dan limonade maken
Je kunt de natuur niet corrigeren
Een tak die krom groeit, recht zijn stam nooit
En terwijl de jaren verstrijken
Geeft de oude man een beetje toe
Simón schreef hem al niet meer
Andrés was woedend
Je kunt de natuur niet corrigeren
Een tak die krom groeit, recht zijn stam nooit
Eindelijk waren er nieuws
Over waar zijn zoon was
Andrés vergat nooit de dag
Van dat treurige telefoontje
Ay lelelele, ay lelele, ay leleleee
Ay lelele, ay lelele, ay leleleeee
In de zaal van een ziekenhuis
Van een vreemde ziekte
Stierf Simón
Het is de zomer van '83
Bij de zieke in bed 10
Huilde niemand
Simón, Simón
Simón
Je kunt de natuur niet corrigeren
Een tak die krom groeit, recht zijn stam nooit
Je moet medelijden hebben
Genoeg met de moraal
En wie zonder zonden is, laat de eerste steen werpen
Je kunt de natuur niet corrigeren
Een tak die krom groeit, recht zijn stam nooit
Wie nooit vergeeft
Heeft een zekere bestemming
Om bittere herinneringen te leven in zijn eigen hel
Ay lelele, ay lelele