Maria De La O
Para mis manos tumbaga,
pa mis capricho monea
y pa mi cuerpo lusirlo
mantone bordao, vestío de sea.
La luna que yo pía
la luna que me da.
Que pa eso mi payo habiya más parné
que tiene un surtán.
¡Envidio tu suerte!
- me disen arguna al verme lusí -,
y no saben, probes,
la envidia que ellas me causan a mí.
¡María de la O!
Que desgrasiaíta, gitana tú ere
teniéndolo tó.
Te quiere reí,
y hasta los ojitos los tienes morao
de tanto sufrí.
Mardito parné
que por su curpita dejaste ar gitano
que fue tu queré.
Castigo de Dió
Castigo de Dió
é la crusesita que lleva a cuesta
María de la O
Para su sé fui el agua
para su frío candela
y pa sus cliso gitano un sielo d'amore con luna y estreya.
Queré como aquer nuestro
no hay en el mundo dó;
¡mardito dinero que así de su vera
ya a mí m'apartó!
¡Será más que reina!
- me dijo a mí er payo y yo lo creí;
mi vía y mi oro
daría yo ahora por sé lo que fui.
¡María de la O!
Que desgrasiaíta, gitana tú eres
teniéndolo tó.
Te quiere reí,
y hasta los ojitos los tiene morao
de tanto sufrí.
Mardito parné
que por su curpita dejaste ar gitano
que fue tu queré.*
Maria De La O
Voor mijn handen goud,
voor mijn grillen geld,
en voor mijn lichaam te showen
mantel geborduurd, gekleed in zee.
De maan die ik zie,
de maan die me geeft.
Want daarvoor had mijn vader meer geld
want hij heeft een sultan.
Ik ben jaloers op jouw geluk!
- zeggen ze tegen me als ze me zien stralen -,
en ze weten niet, arme zielen,
de jaloezie die zij mij bezorgen.
Maria de la O!
Wat een ongelukkige, jij zigeunerin,
met alles wat je hebt.
Je wilt lachen,
en zelfs je oogjes zijn paars
van al dat lijden.
Verdomme geld
dat je voor je figuur de zigeuner verliet
die jouw geliefde was.
Straf van God,
Straf van God,
het is de kruis die je moet dragen,
Maria de la O.
Voor haar was ik het water,
voor haar kou het vuur,
en voor haar zigeunerhart een hemel vol liefde met maan en sterren.
Liefde zoals die van ons
is er nergens op de wereld;
verdomd geld dat zo van haar zijde
mij al heeft weggehouden!
Zij zal meer zijn dan een koningin!
- zei mijn vader tegen mij en ik geloofde het;
voor haar en mijn goud
zou ik nu alles geven voor wat ik was.
Maria de la O!
Wat een ongelukkige, jij zigeunerin,
met alles wat je hebt.
Je wilt lachen,
en zelfs je oogjes zijn paars
van al dat lijden.
Verdomme geld
dat je voor je figuur de zigeuner verliet
die jouw geliefde was.