Tatuaje
Él vino en un barco, de nombre extranjero.
Lo encontré el puerto un anochecer,
cuando el blanco faro sobre los veleros
su beso de plata dejaba caer.
Era hermoso y rubio como la cerveza,
el pecho tatuado con un corazón,
en su voz amarga, había la tristeza
doliente y cansada del acordeón.
Y ante dos copas de aguardiente
sobre el manchado mostrador,
él fue contándome entre dientes
la vieja historia de su amor:
Mira mi brazo tatuado
con este nombre de mujer,
es el recuerdo del pasado
que nunca más ha de volver.
Ella me quiso y me ha olvidado,
en cambio, yo, no la olvidé
y para siempre voy marcado
con este nombre de mujer.
Él se fue una tarde, con rumbo ignorado,
en el mismo barco que lo trajo a mí
pero entre mis labios, se dejó olvidado,
un beso de amante, que yo le pedí.
Errante lo busco por todos los puertos,
a los marineros pregunto por él,
y nadie me dice, si esta vivo o muerto
y sigo en mi duda buscándolo fiel.
Y voy sangrando lentamente
de mostrador en mostrador,
ante una copa de aguardiente
donde se ahoga mi dolor.
Escúchame marinero,
y dime que sabes de él,
era gallardo y altanero,
y era más rubio que la miel
Mira su nombre de extranjero
escrito aquí, sobre mi piel.
Si te lo encuentras marinero
dile que yo, muero por él
Tatoeage
Hij kwam in een schip, met een vreemde naam.
Ik vond hem in de haven, een avondschemering,
wanneer de witte vuurtoren over de zeilboten
zijn zilveren kus liet vallen.
Hij was mooi en blond als bier,
met een getatoeëerd hart op zijn borst,
in zijn bittere stem, was er de droefheid
pijnigend en moe van de accordeon.
En voor twee glazen sterke drank
op de vlekken tafel,
vertelde hij me tussen zijn tanden
de oude geschiedenis van zijn liefde:
Kijk naar mijn getatoeëerde arm
met deze naam van een vrouw,
het is de herinnering aan het verleden
dat nooit meer zal terugkeren.
Zij hield van me en is me vergeten,
maar ik, ik ben haar niet vergeten
en voor altijd ben ik gemarkeerd
met deze naam van een vrouw.
Hij vertrok op een middag, met onbekende bestemming,
in hetzelfde schip dat hem naar mij bracht,
maar tussen mijn lippen, liet hij vergeten,
een kus van een minnaar, die ik hem vroeg.
Dwaalend zoek ik hem in alle havens,
vraag ik de zeelieden naar hem,
en niemand vertelt me, of hij leeft of dood is
en ik blijf in mijn twijfel, hem trouw zoeken.
En ik bloed langzaam
van bar naar bar,
voor een glas sterke drank
waar mijn pijn verdrinkt.
Luister naar me, zeeman,
en vertel me wat je weet van hem,
hij was dapper en arrogant,
en hij was blonder dan honing.
Kijk naar zijn naam van een vreemdeling
geschreven hier, op mijn huid.
Als je hem tegenkomt, zeeman,
zeg dan dat ik, sterf voor hem.