395px

El loro de la tía Sjaan

Cornelis Vreeswijk

De Papegaai Van Tante Sjaan

De papegaai van Tante Sjaan
Kwam gisteren te sterven
Het is definitief met het beest gedaan
Nooit zal hij meer een vloek uitslaan
Nooit meer de mat bederven

Het was een eigenaardig beest
Hij kon het Wilhelmus zingen
Zo'n dier is er nog nooit geweest
Zelfs bij het laten van de geest
Zei hij nog vieze dingen

Mijn tante is een nette vrouw
Met deftige manieren
Als tante zei van koppiekrauw
Kreeg zei ten antwoord: "Barst nou gauw
Zit niet aan mijn kop te klieren"

De papegaai ligt in zijn graf
Mij kan het echt niet spijten
Als Tante Sjaan hem zangzaad gaf
Beet hij het vel van haar vingers af
En tante liet hem bijten

Hij schold haar uit voor dit en dat
Terwijl hij het voer verteerde
Hij noemde haar van alles wat
Waar tante geen begrip van had
Of niet op reageerde

De buren stonden er dikwijls van
Te klapperen met hun oren
En tante Sjaan zei: "Ja, dat kan
Dat heeft hij van mijn zalig man
Die had u moeten horen"

Nu staat hij opgezet en wel
Op het dressoir te pralen
Noemt tante nooit meer totebel
Is nu alleen nog maar een vel
Wat zaagsel en twee kralen

De papegaai van Tante Sjaan
Kwam gisteren te sterven
Het is definitief met het beest gedaan
Nooit zal hij meer een vloek uitslaan
Nooit meer de mat bederven

El loro de la tía Sjaan

El loro de la tía Sjaan
Vino a morir ayer
Es definitivo con la bestia
Nunca más maldecirá
Nunca más arruinará la alfombra

Era una bestia peculiar
Podía cantar el Himno Nacional
Nunca ha habido un animal así
Incluso al expirar
Aún decía cosas sucias

Mi tía es una mujer decente
Con modales elegantes
Cuando la tía decía 'cabeza de chorlito'
Recibía como respuesta: '¡Explota ya!
No me molestes en la cabeza'

El loro yace en su tumba
Realmente no me importa
Cuando la tía Sjaan le daba semillas para cantar
Él le mordía la piel de los dedos
Y la tía lo dejaba morder

Él la insultaba con esto y aquello
Mientras devoraba la comida
Le decía de todo
Cosas que la tía no entendía
O a las que no respondía

Los vecinos a menudo se quedaban asombrados
Con sus orejas temblando
Y la tía Sjaan decía: 'Sí, eso puede ser
Lo aprendió de mi difunto esposo
Deberían haberlo escuchado'

Ahora está disecado y todo
En el aparador, luciendo
La tía nunca más llama tonta
Ahora solo es un pellejo
Algo de aserrín y dos cuentas

El loro de la tía Sjaan
Vino a morir ayer
Es definitivo con la bestia
Nunca más maldecirá
Nunca más arruinará la alfombra