395px

Alfonsina en de Zee

Cristina Branco

Alfonsina Y El Mar

Por la blanda arena que lame el mar
su pequeña huella no vuelve más
y un sendero solo de pena y silencio llegó
hasta el agua profunda
y un sendero solo de penas puras llegó
hasta la espuma

Sabe Dios que angustia te acompañó
que dolores viejos calló tu voz
para recostarte arrullada en el canto
de las caracolas marinas
la canción que canta en el fondo oscuro del mar
la caracola

Te vas Alfonsina con tu soledad
qué poemas nuevos fuiste a buscar?
Y una voz antigua de viento y de sal
te requiebra el alma
y la está llamando
y te vas, hacia allá como en sueños,
dormida Alfonsina, vestida de mar.

Cinco sirenitas te llevarán
por caminos de algas y de coral
y fosforescentes caballos marinos harán
una ronda a tu lado.
Y los habitantes del agua van a jugar pronto a tu
lado.

Bájame la lámpara un poco más
déjame que duerma, nodriza en paz
y si llama él no le digas que estoy,
dile que Alfonsina no vuelve.
Y si llama él nole digas nunca que estoy,
di que me he ido.

Te vas Alfonsina con tu soledad
qué poemas nuevos fuiste a buscar?
Y una voz antigua de viento y de sal
te requiebra el alma
y la está llamando
y te vas, hacia allá como en sueños,
dormida Alfonsina, vestida de mar.

Alfonsina en de Zee

Over het zachte zand dat de zee kust
komt jouw kleine spoor niet meer terug
en een pad vol verdriet en stilte kwam
tot het diepe water
en een pad vol pure pijn kwam
tot de schuimige zee

Weet God welke angst je vergezeld heeft
welke oude pijn je stem verstomde
om je te laten rusten, gewiegd in het gezang
van de zeeschelpen
het lied dat zingt in de donkere diepte van de zee
de schelp

Je gaat, Alfonsina, met je eenzaamheid
welke nieuwe gedichten ben je gaan zoeken?
En een oude stem van wind en zout
roept je ziel
en zij roept je
en je gaat, daarheen als in dromen,
slaap zacht, Alfonsina, gekleed in de zee.

Vijf zeemeerminnen zullen je meenemen
langs paden van zeewier en koraal
en fosforescerende zeepaardjes zullen
een kring om je heen vormen.
En de bewoners van het water zullen snel met je
spelen.

Zet de lamp iets lager
laat me slapen, voedster, in vrede
en als hij belt, zeg dan niet dat ik hier ben,
zeg dat Alfonsina niet terugkomt.
En als hij belt, zeg dan nooit dat ik hier ben,
zeg dat ik weg ben.

Je gaat, Alfonsina, met je eenzaamheid
welke nieuwe gedichten ben je gaan zoeken?
En een oude stem van wind en zout
roept je ziel
en zij roept je
en je gaat, daarheen als in dromen,
slaap zacht, Alfonsina, gekleed in de zee.

Escrita por: Ariel Ramírez / Félix Luna