El Putón del Barrio (2004)
Los amigos le dicen: Marica
Y su nombre es Rosario
Pero todos le llamamos
El putón del barrio
Se encamó con el de la despensa
Y con el comisario
Y así fue que le quedó
El putón del barrio
Mi mamá es una mujer sensible
Y cariñosamente
Como vive frente a casa
Le dice: El putón de enfrente
Se la hacía a un monaguillo
Cuando iba al confesionario
Rezando el Ave María
El putón del barrio
Le chupó la media a un director
Del banco hipotecario
Y así le salió la casa
Al putón del barrio
Le salió por tanto chaca chaca
Un cáncer al ovario
Dijo en el bar el doctor
Del putón del barrio
Como no quise quedar
Triste y solitario
Yo me tuve que casar
Con el putón del barrio
Y lloro siempre al recordar
En cada aniversario
Que mi esposa una vez fue
El putón del barrio
El putón del barrio
El putón del barrio
El putón del barrio
De Hoer van de Buurt (2004)
De vrienden zeggen: Wat een mietje
En haar naam is Rosario
Maar we noemen haar allemaal
De hoer van de buurt
Ze ging naar bed met de man van de winkel
En met de commissaris
En zo kreeg ze de naam
De hoer van de buurt
Mijn moeder is een gevoelige vrouw
En met liefde
Omdat ze tegenover ons woont
Zegt ze: De hoer van tegenover
Ze deed het met een misdienaar
Toen ze naar de biecht ging
Biddend het Weesgegroet
De hoer van de buurt
Ze zoende de voet van een directeur
Van de hypotheekbank
En zo kreeg ze het huis
Voor de hoer van de buurt
Door al dat gescharrel
Kreeg ze kanker aan de eierstokken
Zei de dokter in de bar
Van de hoer van de buurt
Omdat ik niet alleen
En treurig wilde blijven
Moest ik trouwen
Met de hoer van de buurt
En ik huil altijd als ik denk
Aan elke verjaardag
Dat mijn vrouw ooit was
De hoer van de buurt
De hoer van de buurt
De hoer van de buurt
De hoer van de buurt
Escrita por: Roberto Musso / Ricardo Musso / Álvaro Pintos / Santiago Tavella